20-09-2023 Belastingplan 2024: de belangrijkste voorstellen voor de MKB-ondernemer

Op Prinsjesdag 2023 is het belastingpakket voor 2024 bekendgemaakt. Veel voorstellen zijn al eerder aangekondigd. We zetten de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2024 en de aanvullende wetsvoorstellen voor het MKB voor u op een rij.

ONDERNEMINGEN

Investeringsfaciliteiten. De Energie-investeringsaftrek (EIA), de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving voor milieu-investeringen (Vamil) worden verlengd tot en met 31 december 2028. Het percentage van de EIA wordt per 1 januari 2024 echter wel verlaagd van 45,5 naar 40%. Door energiebesparende maatregelen nog in 2023 uit te voeren, kunt u nog profiteren van het hoge aftrekpercentage.

Verlaging MKB-winstvrijstelling. De MKB-winstvrijstelling wordt per 1 januari 2024 verlaagd van 14 naar 12,7%. De MKB-winstvrijstelling verlaagt de belastbare winst.
Maak nog optimaal gebruik van het huidige tarief van 14% door winsten naar voren te halen en eventuele voorzieningen in 2023 vrij te laten vallen.

Geen giftenaftrek meer voor de BV. Ook BV’s kunnen onder voorwaarden giften aan goededoelenorganisaties als aftrekpost opvoeren. Per 1 januari 2024 vervalt deze giftenaftrek in de vennootschapsbelasting.

Ruimere herinvesteringsreserve bij overheidsingrijpen. Door gebruik te maken van de herinvesteringsreserve (HIR) kan de belastingheffing over een boekwinst onder voorwaarden worden uitgesteld. Na 2024 worden de voorwaarden verruimd. Daardoor kan een ondernemer in de inkomstenbelasting na een door de overheid gedwongen gedeeltelijke staking van de ene onderneming ook een HIR vormen in een andere, al bestaande onderneming.

BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEITEN

Bedrijfsopvolgings- en doorschuifregeling. Het kabinet heeft eerder al aangekondigd dat de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) en de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting aangepast moeten worden.

Wijzigingen. In het Belastingplan 2024 zijn de volgende wijzigingen opgenomen:

  • de vrijstelling in de BOR wordt vanaf 2025 100% van de goingconcernwaarde van de onderneming tot € 1,5 miljoen (nu € 1,2 miljoen) en 70% (nu 83%) over het meerdere;
  • de bezits- en voortzettingseis worden versoepeld, denk hierbij bijv. aan het herstructureren van de onderneming. Dit zal nader worden uitgewerkt in het Belastingplan 2025;
  • aanpak oneigenlijk gebruik BOR, denk hierbij bijv. aan het omzetten van niet-ondernemingsvermogen in ondernemingsvermogen met als enige doel het voordelig kunnen overdragen van dit vermogen. Ook dit zal nader worden uitgewerkt in het Belastingplan 2025;
  • voor de BOR wordt de doelmatigheidsmarge van 5% per 1 januari 2025 afgeschaft. Hierdoor wordt een deel van het beleggingsvermogen niet meer aangemerkt als ondernemingsvermogen;
  • bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt (keuzevermogen), kwalificeren slechts voor de BOR en de doorschuifregeling voor zover deze daadwerkelijk in de onderneming worden gebruikt. De beoogde ingangsdatum van deze wijziging is 1 januari 2025;
  • toegang tot de BOR en de doorschuifregeling wordt beperkt tot reguliere aandelen met een minimaal belang van 5%. Preferente aandelen die in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging zijn uitgegeven, kwalificeren nog wel. Deze maatregel wordt verder uitgewerkt in het Belastingplan 2025;
  • vanaf 2024 wordt aan derden verhuurd onroerend goed standaard aangemerkt als beleggingsvermogen;
  • de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting voor aandelen in een BV kan op dit moment alleen worden toegepast als de bedrijfsopvolger al minimaal 36 maanden in dienst is van de BV waarvan de aandelen worden geschonken. Voorgesteld is om deze dienstbetrekkingseis met ingang van 2025 te laten vervallen.

WERKGEVER

Vrije ruimte in de werkkostenregeling. In 2023 bedraagt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling 3% van de fiscale loonsom tot € 400.000. Over het deel van de fiscale loonsom dat hoger is dan € 400.000, bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Per 1 januari 2024 wordt het percentage van de vrije ruimte verlaagd van 3 naar 1,92% over een fiscale loonsom tot € 400.000.

Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding. De maximale onbelaste reiskostenvergoeding wordt per 1 januari 2024 verhoogd naar van € 0,21 naar € 0,23 per zakelijke kilometer (inclusief woon-werkverkeer).

PRIVÉ

Verhoging tarief box 3 naar 34%. Voorgesteld wordt om het tarief in box 3 te verhogen van 32 naar 34%. In 2025 zal het tarief in box 3 dan ongewijzigd blijven. Daarnaast stelt het kabinet voor om het heffingsvrije vermogen in box 3 niet te indexeren per 1 januari 2024, waardoor ook in 2024 een heffingsvrij vermogen van € 57.000 per persoon (€ 114.000 voor fiscale partners) geldt. Een nieuw box 3-stelsel is uitgesteld tot 2027.

14-09-2023 Turboliquidatie wijzigt pas per 15 november 2023

In tegenstelling tot eerdere berichten treedt de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie niet met ingang van 1 juli 2023 in werking, maar pas vanaf 15 november 2023. Deze wet gaat voor een periode van twee jaar gelden.

Een BV kan eenvoudig ontbonden worden via een turboliquidatie als deze geen activiteiten meer verricht en ook geen baten meer heeft. In het kort komt het erop neer dat na het ontbindingsbesluit de BV direct uitgeschreven kan worden bij de Kamer van Koophandel. De schuldeisers kunnen zich hierdoor veelal niet meer verhalen op het vermogen van de BV. De nieuwe wet heeft daarom als doel misbruik te voorkomen en schuldeisers beter te beschermen.

Dit wil men bewerkstelligen door onder andere de volgende aanvullende eisen:

  • voor de bestuurders van de ontbonden BV geldt een (financiële) deponeringsplicht bij de Kamer van Koophandel;
  • de bestuurders van de BV zijn verplicht om alle schuldeisers persoonlijk op de hoogte te stellen van de ontbinding;
  • de wet biedt de mogelijkheid om een civielrechtelijk bestuursverbod en boetes op te leggen in geval van misbruik.

13.9.2023 Identificatie afnemer essentieel voor verleggingsregeling BTW

Als u de verleggingsregeling voor de btw wilt toepassen, moet u dit vermelden op uw factuur. Ook moet het btw-identificatienummer van de afnemer vermeld worden. Doet u dit niet of blijkt dit nummer onjuist, dan kan dit fiscaal grote gevolgen hebben.

 

De Nederlandse onderneming controleert een btw-nummer online (dit kan via het VIES-systeem, zie https://ec.europa.eu/taxation_customs/vies/#/vat-validation ).

De Hoge Raad besliste onlangs dat daadwerkelijke identificatie van de afnemer noodzakelijk is. U zult op de factuur het correcte btw-nummer van de afnemer moeten vermelden en dit bedrijf moeten identificeren.

Allereerst is het goed om te beseffen dat de verleggingsregeling niet alleen in internationale situaties voorkomt. Zo geldt nationaal in de bouw, de scheepsbouw en de schoonmaakbranche een verplichte verlegging van de btw als het gaat om onderaanneming en het uitlenen van personeel. Ook in dergelijke situaties moet u alert zijn.

Verder is het dus noodzakelijk dat u een correct btw-identificatienummer van uw afnemer heeft. Dit kunt u controleren aan de hand van het VIES-systeem. Daarbovenop is het van belang dat u uw afnemer ook daadwerkelijk dient te identificeren. Dat kan bijvoorbeeld aan de hand van paspoortidentificatie of stukken van de Kamer van Koophandel. Zolang de identiteit van de afnemer onbekend is en blijft, mag de verleggingsregeling niet worden toegepast (dus wachten met leveren!).

Ook aan de inkoopzijde kan de verleggingsregeling spelen. Ontvangt u een factuur met btw terwijl de verleggingsregeling van toepassing is, breng de btw op de factuur dan niet in aftrek en betaal deze niet, maar vraag aan de leverancier of dienstverrichter om een nieuwe correcte factuur uit te reiken. Doet u dit niet, dan loopt u het risico dat de Belastingdienst deze aftrek weigert.

 

Neem geen risico met de toepassing van de verleggingsregeling. Borg binnen uw bedrijf dat er eerst een identificatie van de afnemer bijv. aan de hand van paspoortidentificatie of KvK-stukken en een controle van het btw-nummer via het VIES-systeem hebben plaatsgevonden, voordat er geleverd wordt.

13-09-2023 Bonus met beleid

Als u een bonus uitkeert, houdt niet iedere werknemer hier evenveel aan over. Dit heeft, naast het belastingtarief, ook andere oorzaken. Hoe zorgt u ervoor dat een bonus netto zo veel mogelijk oplevert en wat zijn anders de alternatieven?

Omdat goed personeel schaars is, zou u uw betere werknemer best wat extra willen geven. Een bonus is daarvoor een uitermate geschikt middel. Mits u het met beleid inzet, want wat een bonus netto oplevert, verschilt per werknemer en hangt af van meerdere factoren.

Belastingtarief. Wat een bonus netto oplevert, hangt om te beginnen af van het belastingtarief dat uw werknemer over de bonus betaalt. Daarnaast spelen ook de heffingskortingen een rol. Zo bedraagt de algemene heffingskorting in 2023 € 3.070 tot een inkomen van € 22.661. Daarboven neemt de korting geleidelijk af naar nihil vanaf een inkomen van € 73.031.

Werkkostenregeling als alternatief

Met name in situaties waarbij er van een bonus netto maar weinig resteert, is het van belang een bonus zo mogelijk onder te brengen in de werkkostenregeling. De bonus is dan netto en alleen als u in 2023 de vrije ruimte overschrijdt, betaalt u als werkgever 80% belasting over de bonus. Dat lijkt veel, maar als u voor de werknemer zonder toeslagen met een inkomen van € 30.000 de nettobonus van € 601 onderbrengt in de werkkostenregeling en u er 80% belasting over moet betalen, kost de totale bonus u toch maar € 601 + (80% x € 601) = € 1.082. Weliswaar iets meer dan een brutobonus van € 1.000, maar omdat u over een bonus onder de werkkostenregeling geen premies betaalt, bent u per saldo toch al voordeliger uit.

Kostenvergoedingen als alternatief

Ook kostenvergoedingen kunnen een prima alternatief zijn voor een belaste bonus. Denk bijv. aan onbelaste reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer (€ 0,21/km), korting op producten uit uw bedrijf of het ter beschikking stellen van een fiets tegen 7% van de nieuwwaarde, waarbij u deze 7% weer vergoedt via de werkkostenregeling.

 

31.08.2023 Excessief lenen uit uw eigen BV

Sinds 1 januari 2023 is het lenen uit de eigen BV sterk beperkt. Hierdoor mag u niet meer dan € 700.000 aan leningen opnemen. Gelukkig is hieraan op een aantal manieren een mouw te passen.

 

Maximaal € 700.000. Sinds 1 januari 2023 is de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap van kracht. Deze komt er in het kort op neer dat u als dga maximaal € 700.000 bij uw eigen BV mag lenen. Leent u meer, dan betaalt u over het meerdere belasting in box 2. Om dit te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat u voor 31 december 2023 uw leningen bij de BV terugbrengt tot maximaal € 700.000. Hoe doet u dat als u niet te veel dividend kunt uitkeren en welke opties zijn er als u toch niet te veel wilt aflossen?

Ruilen met de bank. Leningen ten behoeve van uw eigen woning tellen niet mee voor de grens van € 700.000. Hiervoor geldt geen maximum. Heeft u nu dus bijv. uw eigen woning gefinancierd met een hypotheek bij de bank, dan is het met het oog op de nieuwe wetgeving aantrekkelijk deze onder te brengen bij uw eigen BV en met de bank te overleggen of deze in ruil hiervoor uw leningen bij uw eigen BV, voor zover het bedrag boven de € 700.000 uitkomt, geheel of deels wil overnemen. Uiteraard zult u hierover moeten onderhandelen, maar als uw relatie met de bank goed is, zullen hier zeker mogelijkheden liggen. Let er wel op dat de hypotheek die u bij uw eigen BV gaat afsluiten zakelijke voorwaarden kent, anders loopt u het risico dat de Belastingdienst het voordeel als uitdeling aanmerkt.

Lening bij een derde. Een andere manier om belastingheffing te voorkomen, is uw lening bij uw BV boven de limiet af te lossen met middelen die u verkrijgt via een lening bij een derde. Dit kan bijv. een zakenpartner of een familielid met een eigen BV zijn. U kunt deze derde op zijn beurt weer een lening via uw BV verstrekken, als deze derde net als u een te grote lening bij zijn eigen BV heeft afgesloten. Hierbij is het van belang dat u beiden voldoende zekerheden verkrijgt en dat u ook nu zakelijke voorwaarden hanteert. Uiteraard moet u dit alleen doen met mensen die u vertrouwt.

Niet doorlenen. Bij de hiervoor gegeven optie passen wel een paar kanttekeningen. Zo mag er in geen geval sprake zijn van ‘doorlenen’ van gelden. Het mag dus niet zo zijn dat een derde een lening afsluit bij uw BV en deze middelen weer aan u doorleent. Er moet dus sprake zijn van twee afzonderlijke leningen die niet aan elkaar te koppelen zijn.

Beperking binnen familie. Er geldt ook een beperking binnen de familie. Leningen van zogenaamde ‘verbonden personen’ worden aan u als dga toegerekend. Een verbonden persoon is een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van u of van uw partner.  Kruislings lenen via bijv. een van uw kinderen gaat dus niet lukken.

Vanaf 2024. Houd er hierbij ook rekening mee dat box 2 vanaf 2024 twee tarieven kent: een laag tarief van 24,5% tot € 67.000 (voor partners € 134.000) en een tarief van 31% over het meerdere. Dit betekent dat u in 2024 tot een inkomen van € 106.219 in box 2 voordeliger uit bent dan in 2023. Heeft u een partner, dan is dit tot € 212.438. Tip.  Lukt het u niet uw leningen tot € 700.000 te beperken, weet dan dat u tot genoemde bedragen qua tarief na 2024 goedkoper uit bent dan in 2023.

31.08.2023 De turboliquidatie

Heeft u een BV die geen activiteiten meer verricht en ook geen baten meer heeft, dan kon u deze eenvoudig via een turboliquidatie ontbinden. Dit is per 1 juli 2023 veranderd!

Ontbinding van een BV

Een BV kan op twee manieren ontbonden worden: via de reguliere procedure of middels een turboliquidatie. In beide gevallen is er allereerst een formeel ontbindingsbesluit nodig, maar vanaf daar verschilt de verdere procedure.

Reguliere procedure. Vervolgens moet er bij de reguliere procedure een rekening en verantwoording ter inzage gelegd worden bij de Kamer van Koophandel. Schuldeisers hebben hierdoor de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de ontbinding. Na de bezwaarprocedure kunt u de BV uitschrijven bij de Kamer van Koophandel.

Als uw BV geen baten meer heeft, kunt u ook kiezen voor de turboliquidatie. Na het ontbindingsbesluit kunt u de BV direct uitschrijven bij de Kamer van Koophandel. Zijn er wel baten, dan is een turboliquidatie niet toegestaan.

Wetswijziging

In de praktijk blijkt dat er vaak misbruik wordt gemaakt van de turboliquidatie. Doordat het ontbindingsbesluit te snel wordt genomen, kunnen schuldeisers zich niet meer verhalen op het vermogen van de BV.

Om deze reden is de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie in het leven geroepen. Hiermee wil de wetgever door drie belangrijke wijzigingen het misbruik bestrijden en de positie van de schuldeisers verbeteren.

Allereerst moet de bestuurder van de BV binnen 14 dagen na de ontbinding de volgende stukken bij de Kamer van Koophandel ter inzage leggen:

  1. een ontbindingsbalans en een staat van baten en lasten over het ontbindingsjaar en het voorgaande jaar als de jaarrekening niet is gedeponeerd;
  2. een toelichting over de oorzaak van het ontbreken van de baten;
  3. een omschrijving van de wijze waarop de baten voorafgaand aan de ontbinding zijn verdeeld;
  4. de jaarrekeningen over de boekjaren voorafgaand aan het jaar van ontbinding, als publicatie daarvan verplicht is.

Vervolgens moet de bestuurder van de BV alle schuldeisers hiervan persoonlijk op de hoogte stellen. Een advertentie in een landelijk dagblad plaatsen – zoals bij de reguliere procedure – is hier niet voldoende.

Indien u als bestuurder niet aan deze verantwoordingsplicht voldoet, kan de rechter schuldeisers machtigen om inzagerecht te krijgen in de administratie van uw ontbonden BV. Dit kan er zelfs toe leiden dat er aan u als bestuurder een bestuursverbod wordt opgelegd.

De nieuwe wetgeving zorgt dus voor een flinke lastenverzwaring. Hierdoor wordt de drempel voor de turboliquidatie verhoogd. In sommige situaties kan het dan ook voordeliger en eenvoudiger zijn om de reguliere procedure te volgen.

Vanaf 1 juli 2023

Deze nieuwe wet is op 1 juli 2023 in werking getreden. Zoals de naam al zegt, is het vooralsnog een tijdelijke wet en gaat deze gelden voor een periode van twee jaar. Na deze periode wordt de wet geëvalueerd en wordt er gekeken of de wet permanent wordt ingevoerd.

23.08.2023 Belastingrente omhoog naar 6%

Sinds 1 juli 2023 is de belastingrente verhoogd. Het percentage voor de belastingrente is voor alle belastingen, behalve voor de vennootschapsbelasting en de bronbelasting waarvoor een ander percentage geldt, omhoog gegaan van 4 naar 6%.

Een flinke verhoging. Belastingrente betaalt u als de Belastingdienst uw aangifte nog niet kan vaststellen, omdat u bijv. te laat aangifte heeft gedaan of als de Belastingdienst afwijkt van uw aangifte. U betaalt belastingrente over het bij te betalen bedrag. Door de verhoging van de belastingrente naar 6% wordt het nog belangrijker om deze rente te voorkomen. Hoe u dit doet, verschilt per belasting. Voor de inkomstenbelasting moet u ofwel voor 1 mei aangifte doen dan wel voor deze datum een passende voorlopige aanslag aanvragen. Voor de btw geldt dat er geen belastingrente in rekening wordt gebracht indien u de suppletieaangifte indient voor 1 april van het jaar volgend op het belastingjaar.

Door de verhoging van de belastingrente naar 6% wordt het nog belangrijker om deze rente te voorkomen. Hoe u dit doet, verschilt per belasting. Is het bijv. voor de inkomstenbelasting niet gelukt tijdig aangifte te doen, verhoog dan uw voorlopige aanslag om de belastingrente te beperken.

28.06.2023 Wetsvoorstel ‘Online oprichten van een BV’ door de Eerste Kamer aangenomen

Ook de Eerste Kamer is onlangs akkoord gegaan met het wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om een BV volledig digitaal op te richten.

Niet meer naar de notaris. Na de invoering van het wetsvoorstel over het digitaal oprichten van een BV is persoonlijk contact met de notaris niet meer nodig. Er zal door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie een nieuw systeem worden ontwikkeld om het opstellen van een digitale notariële akte mogelijk te maken. Dit systeem zal de volgende dingen mogelijk maken:

  • het ondertekenen van een digitale notariële akte;
  • het identificeren van alle partijen;
  • de totstandbrenging van een digitale audio- en videoverbinding;
  • het ondertekenen van een digitale volmacht.

Inwerkingtreding. Dit wetsvoorstel wordt naar verwachting per 1 januari 2024 ingevoerd.

6-6-2023 Urencriterium

Om als ondernemer in de inkomstenbelasting in aanmerking te komen voor een aantal ondernemersfaciliteiten, moet u voldoende uren in uw onderneming werken. U kunt dat bewijzen aan de hand van een urenstaat. Volgens Rechtbank Noord-Holland mag deze urenstaat ook achteraf opgesteld zijn, mits deze maar voldoende gedetailleerd is.

Als ondernemer in de inkomstenbelasting, zoals eenmanszaken, maatschappen en Vof’s, heeft u recht op een aantal ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek. Daarvoor geldt dat u minstens 1.225 uren per jaar in uw onderneming actief moet zijn en dat dit meer dan de helft van al uw gewerkte uren is. U kunt het aantal gewerkte uren aannemelijk maken met een urenstaat, waarin u bijhoudt waarmee u bezig bent en hoeveel uren hiermee gemoeid zijn.

Een schoonheidsspecialiste claimt over het jaar 2017 de zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Volgens de inspecteur voldoet de onderneemster niet aan het urencriterium. Hij vindt de urenstaat die de vrouw heeft overgelegd, te globaal en onvoldoende gespecificeerd. De rechtbank (ECLI:NL:RBNHO:2023:4943) oordeelt echter dat de werkzaamheden die in de urenstaat zijn vermeld, voldoende specifiek zijn. Dat de urenstaat achteraf is opgemaakt, is volgens de rechter geen probleem. Dit wordt voldoende gecompenseerd door de gedetailleerdheid van de urenstaat en de overige overgelegde stukken. De onderneemster heeft over 2017 dan ook recht op de zelfstandigenaftrek en startersaftrek.

De rechter heeft in dit geval een achteraf opgestelde urenstaat geaccepteerd, maar dit is echter een minder veilige optie dan het dagelijks bijhouden van uw uren. U moet zich dan immers soms jaren later al uw activiteiten zien te herinneren. Als er twijfel kan bestaan over het aantal voor uw onderneming gewerkte uren, is het raadzaam periodiek een urenverantwoording bij te houden. Omschrijf daarin de uitgevoerde werkzaamheden duidelijk en rond niet alles af op hele uren.

Geef zo mogelijk per dag aan wat u gedaan heeft, zoals website bijgewerkt, klant X bezocht, offerte klant Y gemaakt en hoeveel uren dit per klus in beslag nam. Ook de indirecte uren tellen mee. Denk aan het maken van offertes, reistijd, de wachttijd tussen twee afspraken, boodschappen voor de zaak etc.

03-03-2023 Versoepeling voorwaarden Tegemoetkoming Energiekosten (TEK)

De overheid heeft besloten een groot aantal van deze ondernemers een financiële tegemoetkoming te bieden via de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK)

De TEK is specifiek gericht op het MKB. Deze bedrijven moeten relatief veel energie verbruiken, wat erop neerkomt dat uw energiekosten minstens 7% van uw omzet bedragen. Oorspronkelijk was dit 12,5%, wat betekent dat u nu dus eerder voor de TEK in aanmerking komt. De TEK wordt berekend aan de hand van een minimale prijs (drempelprijs) en maximale prijs. Bedrijven kunnen een voorschot krijgen dat 50% van de voorlopige tegemoetkoming bedraagt. Dat uw onderneming voldoet aan de voorwaarde dat u minstens 7% van uw omzet aan energie verbruikt, wordt berekend aan de hand van modelprijzen voor 2022. Deze prijzen bedragen voor gas € 2,41 per kuub en voor elektra € 0,59 per kWh. Nu deze prijzen bekend zijn, kunt u als ondernemer zelf berekenen of u voor de TEK in aanmerking komt. Uw jaarverbruik wordt geschat via uw netwerkbeheerder. Op de website van RVO.nl treft u ook een aantal voorbeeldberekeningen aan.

De subsidie is alleen bestemd voor het MKB. Dit betekent dat uw onderneming maximaal 250 werknemers in dienst mag hebben en een omzet van maximaal € 50 miljoen en/of een balanstotaal van maximaal € 43 miljoen. Voldoet u niet aan deze voorwaarden, dan heeft aanvragen van de TEK geen zin.

Naast de genoemde voorwaarden is het van belang dat uw onderneming voor 31 december 2022 stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ook moet u beschikken over een zakelijk energiecontract, wat betekent dat het contract op naam van uw onderneming staat. Als u al een tegemoetkoming heeft gekregen door het zogenaamde ‘prijsplafond’, dan wordt dit in mindering gebracht op uw TEK-subsidie. Dit geldt ook voor de twee keer € 190 die u in november en december heeft gekregen van uw energieleverancier. Levert u elektriciteit terug aan het net, dan wordt dit in mindering gebracht op uw verbruik.

U kunt de TEK met terugwerkende kracht aanvragen voor de periode 1 november 2022 tot en met 31 december 2023. Als u de TEK heeft aangevraagd, ontvangt u een voorschot van 50% van de te verwachten subsidie. Oorspronkelijk was dit 60%, maar omdat de energieprijzen weer flink aan het dalen zijn, wil de overheid voorkomen dat u te veel voorschot ontvangt en achteraf weer een deel van de subsidie moet terugbetalen.