Gewone betalingsregels belastingen weer van kracht

Eind september 2021 is de Belastingdienst begonnen met het versturen van vooraankondigingen dat de invorderingsmaatregelen weer zijn opgestart. De Belastingdienst heeft in de planning staan om:

  • vanaf begin oktober 2021 de betalingsherinneringen te versturen;
  • vanaf begin november 2021 de aanmaningen te versturen; en
  • vanaf begin januari 2022 de dwangbevelen te versturen.

Dit geldt alleen voor belastingen waarvoor u een betalingsachterstand heeft en waarvoor u geen (bijzonder) uitstel van betaling heeft. Kunt u uw belastingschulden niet tijdig betalen, dan kunt u proberen via de gewone regels uitstel of een betalingsregeling te krijgen. Bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis kunt u immers niet meer aanvragen na 30 september 2021.

U kunt vier maanden uitstel van betaling krijgen vanaf de uiterste betaaldatum van de aanslag. Hiervoor moet u aan alle volgende voorwaarden voldoen:

  • u heeft eerder altijd op tijd aangifte gedaan;
  • uw totale openstaande belastingschuld (loonheffing, btw, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, toeslagen, e.d.) is minder dan € 20.000. Een belastingschuld waartegen u bezwaar heeft gemaakt en uitstel van betaling heeft gekregen, telt niet mee;
  • u heeft geen openstaande aanslagen waarvoor u een dwangbevel heeft gekregen;
  • u heeft niet eerder voor deze aanslag of voor andere openstaande aanslagen uitstel van betaling gekregen wegens betalingsproblemen of vanwege de verrekening met een belastingteruggaaf. U kunt geen kort telefonisch uitstel krijgen voor een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over 2021 met een datum die ligt voor 1 november 2021.

U kunt pas kort telefonisch uitstel van betaling aanvragen als u de (naheffings)aanslag heeft ontvangen. U vraagt het uitstel aan bij de BelastingTelefoon: (0800) 05 43. Voor de aanslag waarvoor u uitstel heeft gekregen, kunt u geen betalingsregeling meer krijgen.

Heeft u langer uitstel nodig of voldoet u niet aan de voorwaarden voor kort telefonisch uitstel, dan kunt u een betalingsregeling voor maximaal twaalf maanden treffen. De periode van twaalf maanden begint te lopen vanaf de laatste betaaldatum van de belastingaanslag waarvoor u de betalingsregeling aanvraagt. Om hiervoor in aanmerking te komen moet u minimaal aan de volgende voorwaarden voldoen:

u heeft een zekerheidsstelling, zoals een hypotheekrecht, verpanding of een bankgarantie die gelijk is aan de waarde van de schuld;
u heeft geen openstaande aanslag motorrijtuigenbelasting.

U kunt uitstel van betaling vragen met het formulier Verzoek Betalingsregeling en uitstel van betaling van belasting en/of premie (https://bit.ly/3zMsu54). Voorkom aanmaningskosten en verstuur het formulier voor de uiterste betaaldatum van de aanslag.

Prinsjesdag – Belastingplan 2022

In het pakket Belastingplan 2022 staan dit jaar voornamelijk kleine(re) wijzigingen waarmee het belastingstelsel wordt verbeterd, met name op het gebied van wonen, werken, vergroening en het startende bedrijfsleven.
Bijgaand de belangrijkste wijzigingen voor de MKB-ondernemer.

Zelfstandigenaftrek daalt verder.
In 2022 daalt de gewone zelfstandigenaftrek verder van € 6.670 naar € 6.310 voor ondernemers die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Ondernemers die wel de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, zien hun zelfstandigenaftrek dalen van € 3.335 naar € 3.155. De zelfstandigenaftrek zal jaarlijks verder dalen tot € 3.240 in 2036.

Verhoging Milieu-investeringsaftrek.
De Milieu-investeringsaftrek (MIA) kent drie categorieën van milieu-investeringen. Categorie I wordt uitgebreid met bepaalde groene investeringen, waaronder een lichte elektrische bestelauto en een ondergrondse waterberging. Bovendien stijgt de MIA voor categorie I van 36 naar 45%. De MIA voor categorie II stijgt van 27 naar 36%. Voor categorie III stijgt de MIA van 13,5 naar 27%. Als het budget voor de MIA eenmaal is behaald, wordt deze niet meer toegewezen. Het budget voor de periode 2022-2024 wordt verruimd met € 30 miljoen per jaar. Het budget voor 2022 bedraagt daardoor € 144 miljoen.

Tarief vennootschapsbelasting.
In 2021 gelden de volgende vennootschapsbelastingtarieven: over de eerste € 245.000 winst 15% en over het meerdere 25%. Vanaf 2022 betaalt een BV over de eerste € 395.000 15%. Een daling van maar liefst 10%-punt over een extra deel van € 150.000. Het kan dus fiscaal aantrekkelijk zijn om de BV-winst te verschuiven ten gunste van latere jaren.

Vrije ruimte werkkostenregeling.
De vrije ruimte van de werkkostenregeling is voor het jaar 2021 tijdelijk verhoogd. De vrije ruimte bedraagt in 2021 3% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000, plus 1,18% van het meerdere. Deze verruiming biedt werkgevers mogelijkheden om hun werknemers in de moeilijke coronatijd extra tegemoet te komen, bijv. door het verstrekken van een cadeaubon of om onbelaste thuiswerkkostenvergoedingen te verstrekken, naast de mogelijkheden die er al zijn. Vanaf 2022 geldt deze verruiming niet meer. Dit betekent dat de vrije ruimte vanaf 1 januari 2022 weer 1,7% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000 bedraagt, plus 1,18% over het meerdere.

Introductie onbelaste thuiswerkvergoeding.
Werkgevers mogen vanaf 1 januari 2022 aan hun werknemers een belastingvrije vergoeding voor thuiswerken gaan verstrekken van maximaal € 2 per thuiswerkdag. Het mag ook een vaste vergoeding zijn volgens een structureel thuiswerkpatroon. De werkgever kan per dag of de thuiswerkkostenvergoeding, of de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer geven. Maak met uw personeel tijdig goede afspraken over thuiswerken en de daaraan te koppelen vergoeding.

Ander afrekenmoment aandelenopties.
Aandelenoptierechten zijn belast op het moment dat ze worden omgezet in aandelen. Als de werknemer de aandelen nog niet kan verkopen, is er niet altijd het geld beschikbaar om de belasting te voldoen. Daarom wordt het mogelijk om pas af te rekenen op het moment dat de aandelen verhandelbaar zijn. Dan kan een deel van de aandelen worden verkocht om de belasting te voldoen. Verkrijgt de werknemer tussen het moment van uitoefening en het moment van verhandelbaarheid een voordeel uit de aandelenoptierechten en hebben de aandelenoptierechten in die periode de loonsfeer nog niet verlaten, ook dan is dat voordeel loon. De werknemer mag kiezen uit de twee afrekenmomenten. Aansluiten bij het moment van uitoefening is dus nog steeds mogelijk.

Eigenwoningregeling.
De eigenwoningregeling wordt op een aantal onderdelen aangepast. Onbedoelde effecten van de wet die er bijv. waren bij mensen die samen met een partner een woning kopen en daarvoor zelf ook al een koopwoning hadden of bij mensen die een koopwoning hebben met een partner die komt te overlijden, worden weggenomen.

Tarief overdrachtsbelasting en onvoorziene omstandigheden.
Als een natuurlijk persoon een woning verkrijgt die voor hem als hoofdverblijf gaat dienen, hoeft hij maar 2% (of soms zelfs geen) overdrachtsbelasting te betalen. Bij het toetsen aan dit hoofdverblijfcriterium kan men al rekening houden met onvoorziene omstandigheden die zich voordoen na de verkrijging, bijv. overlijden of schenking. Deze bepaling wordt verder versoepeld. Men mag ook aan de hand van een verklaring rekening houden met onvoorziene omstandigheden die zich voordoen nadat de koopovereenkomst tot stand is gekomen, maar voor de levering. Belangrijk is dat de verkrijger voor het moment van de onvoorziene omstandigheid de intentie had om de woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken, maar door deze omstandigheid hier niet meer toe in staat is.

Afbouw voordeel elektrische auto.

Op de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak mag men in 2021 voor elektrische auto’s en andere auto’s zonder CO2-uitstoot 10% korting toepassen. Een paar uitzonderingen daargelaten, is deze korting hooguit € 4.500 (berekend over max. € 45.000 cataloguswaarde). Per 1 januari 2022 daalt de korting naar 6% en is dan maximaal € 2.100 (berekend over max. € 35.000). In 2023 is de korting hooguit € 1.800 (berekend over max. € 30.000). Per 2025 komt er een verdere verlaging van de korting. De korting zal dan 5% bedragen met een maximum van € 1.500.

Eindejaarstips 2020

Tips voor de BV/IB-ondernemer

  1. Geen omkijken naar corona-tegemoetkomingen

Heeft u een eenmalige uitkering gekregen op grond van de Beleidsregel Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS)? Of een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)? Dan hoeft u geen rekening te houden met eventuele belastingen op deze tegemoetkomingen. Deze tegemoetkomingen zijn namelijk onbelast.

  1. Vraag uitstel van betaling aan

Bent u ondernemer en heeft uw bedrijf betalingsproblemen door de coronacrisis? Vraag uitstel bij de Belastingdienst aan. Uitstel aanvragen is binnen de versoepelde regeling eenvoudiger. Nadat u een (naheffings-)aanslag heeft ontvangen, vraagt u via een online formulier in één keer uitstel aan voor het betalen van aanslagen voor de inkomstenbelasting, zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en btw. Voor de overige belastingen geeft u per belasting apart aan dat u uitstel van betaling wilt.

Let op

Heeft u gebruik gemaakt van de eerder versoepelde coronaregeling voor uitstel van betaling? Dan kunt u tot en met 31 december 2020 een eerdere aanvraag voor bijzonder uitstel van betaling verlengen. De regeling voor bijzonder uitstel van betaling eindigt uiterlijk 31 december 2020.

  1. Houd rekening met uw aflossing. Uitstel is geen afstel

Ga na welke belastingen u nog moet betalen. U kunt dan eventueel geld reserveren om uw belastingen te kunnen betalen. Of u kunt uitstel van belasting vragen. Heeft u uitstel van betaling van belasting gekregen? Dan start u op 1 juli 2021 met het aflossen van de opgebouwde belastingschuld. Deze aflossing zal plaatsvinden in 36 maandelijkse termijnen. Probeer in kaart te brengen of u straks genoeg financiële ruimte heeft om af te lossen.

Let op

Als u een aanslag niet op tijd betaalt, moet u normaal gesproken 4% invorderingsrente betalen vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Gezien de onzekere financiële tijden, is het tarief van de invorderingsrente tot en met 31 december 2021 verlaagd naar 0,01%. Dit betekent ook dat u tot dan vrijwel geen rentekosten heeft op de belastingschuld die u gaat aflossen.

  1. Verlaag uw voorlopige aanslag

Verwacht u een lagere winst te maken door corona? Dan is het mogelijk de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting naar beneden bij te stellen. U hoeft dan maandelijks minder belasting te betalen en zo heeft u meer financiële ruimte.

  1. Maak gebruik van de fiscale reserves

U kunt als ondernemer uw winst verlagen in de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting door het vormen van fiscale reserves zoals de herinvesteringsreserve en de egalisatiereserve. Ga na of u voldoet aan de voorwaarde voor het vormen van de fiscale reserves.

Houd u er rekening mee dat een eerder gevormde fiscale coronareserve verplicht en volledig vrij valt in 2020.

Let op

U mag een egalisatiereserve vormen voor kosten en lasten van de bedrijfsuitoefening in 2020, die pas in de toekomst tot een piek in de uitgaven leiden. Denk hierbij aan onderhoudskosten voor uw pand.

U mag de boekwinst die u heeft behaald met de verkoop van uw bedrijfsmiddel opnemen in de herinvesteringsreserve. Voorwaarde is dat u op de balansdatum een voornemen hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel.

  1. Pas de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek toe

Heeft u nieuwe bedrijfsmiddelen aangeschaft of bent u van plan dit te doen? U kunt hiervoor onder voorwaarden in aanmerking komen voor een extra aftrekpost, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek moet u in 2020 een bedrag tussen € 2.401 en € 323.544 investeren in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming.

Het fiscaal voordeel is het grootst bij investeringen van € 2.401 tot en met € 58.238. De aftrek bedraagt dan namelijk 28% van het investeringsbedrag. Daarboven wordt het voordeel steeds kleiner. Wellicht is het een tip om de investering uit te stellen bij het bereiken van € 58.238.

Let op

Ga na of u nog oude investeringen heeft waarvoor u de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek niet hebt geclaimd. U kunt ook voor deze oude investeringen alsnog binnen 5 jaar de Belastingdienst verzoeken om toepassing van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Tip

Heeft u in 2020 grote investeringen gedaan en dreigt u het maximumbedrag van € 323.544 te overschrijden? Kijk dan of u uw investeringen uit kunt stellen tot 2021. Zo voorkomt u dat uw recht op investeringsaftrek vervalt.

  1. Haal fiscaal voordeel uit uw milieuvriendelijke of energiezuinige investering

Wanneer u milieuvriendelijk of energiezuinig investeert, kunt u mogelijk een beroep doen op fiscale investeringsfaciliteiten zoals de energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek (MIA) of willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (Vamil). Deze faciliteiten zorgen voor een verlaging van uw winst.

Uw voordeel

Met de EIA kunt u 45% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Met de MIA profiteert u van een investeringsaftrek die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. Met de Vamil kunt u 75% van de investeringskosten afschrijven. Toets of u voldoet aan de voorwaarden en in aanmerking kunt komen voor de EIA, MIA en Vamil.

Let op

Als u aanspraak wilt maken op de EIA, MIA of Vamil, moet u uw investering binnen 3 maanden nadat u de investeringsverplichting bent aangegaan melden bij RVO.nl. Het aangaan van een verplichting is bijvoorbeeld het tekenen van een koopovereenkomst. Bent u te laat dan komt u niet meer in aanmerking voor de aftrek!

Tip

U kunt naast de EIA of de MIA/Vamil ook gebruikmaken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

  1. Kijk uit voor de desinvesteringsbijtelling

Bent u van plan een bedrijfsmiddel te verkopen? Ga dan na wanneer dit bedrijfsmiddel is aangeschaft. Indien u namelijk voor dit bedrijfsmiddel korter dan vijf jaar geleden de investeringsaftrek hebt toegepast dan kan het zijn dat u een deel van die aftrek moet terugbetalen (desinvesteringsbijtelling).

Tip

Beoordeel of de vijfjaarstermijn reeds verstreken is in 2020. Zo niet, stel een verkoop van het bedrijfsmiddel dan indien mogelijk uit.

  1. Vraag WBSO aan

Houdt u onderneming zich bezig met speur- en ontwikkelingswerk? U kunt mogelijk WBSO aanvragen voor de ontwikkeling van een product, een productieproces, programmatuur en voor het uitvoeren van technisch-wetenschappelijk onderzoek voor:

  • S&O-werkzaamheden van uzelf en/of uw medewerkers;
  • kosten en uitgaven die u maakt voor het uitvoeren van uw eigen S&O-project.

Uw voordeel

Indien u geen personeel heeft, en u besteedt jaarlijks zelf minimaal 500 uur aan uw ontwikkeling of onderzoek (bijvoorbeeld eenmanszaak) dan ontvangt u een vaste aftrek. Indien u wel personeel heeft en u draagt loonheffing af voor uw werknemers die uw ontwikkeling of onderzoek uitvoeren dan wordt via uw belastingaangifte een deel van de (loon)kosten en uitgaven van uw R&D-project vergoed. Uw onderneming draagt dan minder loonheffingen af.

Let op

U kunt alleen voor toekomstige werkzaamheden WBSO aanvragen. Een WBSO-aanvraag dient u dus altijd vooraf in.

Tips voor de IB-ondernemer

  1. Houd uw uren bij

Wilt u profiteren van een aantal aantrekkelijke ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek voor beginnende ondernemers en de meewerkaftrek, dan zult u moeten voldoen aan het urencriterium. Oftewel, u moet elk jaar minimaal 1.225 uren werken aan uw onderneming. Ook indien u gedurende het jaar met uw onderneming start, moet u alsnog minimaal 1.225 uren aan uw onderneming besteden om in aanmerking te komen voor de fiscale voordelen. Ga na of u genoeg uren heeft besteed aan uw onderneming.

Let op

Voldoet u door de coronacrisis tussen begin maart en eind september 2020 niet aan het urencriterium? Dan mag u er tijdelijk vanuit gaan dat u het urencriterium (ten minste 24 uren per week) toch gehaald heeft, ook als dat in werkelijkheid niet het geval is. Op die manier kunt u toch gebruikmaken van de ondernemersfaciliteiten.

Bent u ondernemer in seizoensafhankelijke branches als de horeca en festivalbranche? Dan mag u uitgaan van het aantal gewerkte uren in de piekperiodes van andere jaren.

Ook het urencriterium bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid van 16 uur per week of 800 uur per jaar is versoepeld. De Belastingdienst gaat er vanuit dat ondernemers in deze categorie 16 uur per week aan hun onderneming hebben besteed.

  1. Verreken uw verliezen

Leidt uw onderneming verlies in 2020? Ga na hoe u dit verlies kunt verrekenen. Een verlies uit box 1 kunt u verrekenen met positieve box 1-inkomsten uit de 3 voorafgaande jaren en met positieve box 1-inkomsten uit de 9 volgende jaren. De verliesverrekening kent een verplichte volgorde: eerst de 3 voorafgaande jaren en dan de 9 volgende jaren.

Let op

Verliezen die u niet in die periodes kunt verrekenen, verdampen. U kunt die verliezen dan niet meer verrekenen. Het is namelijk ook niet mogelijk om verliezen uit box 1 te verrekenen met positieve resultaten uit aanmerkelijk belang (box 2) en sparen en beleggen (box 3).

  1. Verlaag uw winst met de zelfstandigenaftrek

Voldoet u als ondernemer aan het urencriterium? Dan kunt u een beroep doen op de zelfstandigenaftrek. De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2020 € 7.030. Indien uw winst in 2020 te laag is om de zelfstandigenaftrek helemaal te gebruiken dan wordt het bedrag van de zelfstandigenaftrek dat u niet hebt gebruikt verrekend met de winsten in de volgende 9 jaren. De winst moet in die jaren dan wel hoger zijn dan de zelfstandigenaftrek in die jaren.

Let op

In 2020 is het belastingvoordeel van de zelfstandigenaftrek beperkt. Het maximale tarief voor aftrek is 46%.

  1. Beloon uw meewerkende partner

Helpt uw partner mee in de onderneming? Check de fiscale mogelijkheden voor de beloning van uw meewerkende partner.

  1. U betaalt uw partner minder dan € 5.000. U kunt mogelijk in aanmerking komen voor de meewerkaftrek indien u aan het urencriterium voldoet. Het werkelijk betaalde bedrag aan uw partner kunt u dan niet in aftrek brengen. Uw partner betaalt geen inkomstenbelasting over deze arbeidsbeloning. Wel dient uw partner 525 uren of meer werkzaam te zijn in uw onderneming.
  2. U betaalt uw partner € 5.000 of meer. U kunt deze vergoeding van uw winst aftrekken. Uw partner betaalt nu wel inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over deze arbeidsbeloning.

Tip

Behaalt u veel winst? Dan kan het voordelig zijn om samen de onderneming te drijven (man-vrouwmaatschap). De winst wordt dan verdeeld over u en uw partner, waardoor u beiden de lage tariefschijven en de heffingskortingen optimaal kunt benutten. Hoe u de winst verdeelt dient wel zakelijk onderbouwd te worden.

  1. Vorm een oudedagsreserve

U kunt uw winst verlagen door een deel van uw winst uit onderneming toe te voegen aan uw oudedagsreserve. Dit is wel onder de voorwaarde dat u voldoet aan het urencriterium.

De toevoeging aan uw oudedagsreserve over een kalenderjaar is 9,44 % van de winst, met in 2020 een maximum van € 9.218. Zo zorgt u dus voor uitstel van belastingheffing over dat deel van de winst. Dit levert u op de korte termijn belastingvoordeel op.

Let op

Uiteindelijk moet u er in de toekomst wel belasting over betalen. Houd hier rekening mee.

Tips voor de BV

  1. Pas de fiscale coronareserve toe

U krijgt de mogelijkheid om onder voorwaarden coronaverliezen in 2020 versneld te kunnen verrekenen met in 2019 behaalde winsten door het vormen van de fiscale coronareserve. Het bedrag dat u toevoegt aan de coronareserve, mag niet hoger zijn dan uw winst over 2019. Ga na of u voldoet aan de voorwaarden.

Uw voordeel is dat u niet hoeft te wachten totdat u de aangifte vennootschapsbelasting kunt doen over 2020 en de aanslag over 2019 definitief is opgelegd. Het liquiditeitsvoordeel van de verliesverrekening kan door de noodmaatregel dus sneller gerealiseerd worden.

Let op

Het moet om een coronagerelateerd verlies gaan.

  1. Koop een bedrijfspand

Koop in 2020 nog een bedrijfspand aangezien de overdrachtsbelasting dan nog 6% bedraagt. Naar verwachting gaat vanaf 1 januari 2021 het tarief naar 8%.

Let op

De overdrachtsbelasting is niet aftrekbaar als kosten van de onderneming. U moet de overdrachtsbelasting optellen bij de boekwaarde van het pand en u moet erop afschrijven. Als de aankoop van een pand belast is met btw, geldt er mogelijk een vrijstelling van de overdrachtsbelasting. Ga na of u hiervoor in aanmerking kan komen.

  1. Verlaag uw winst

Om te profiteren van het lage vennootschapsbelastingtarief van 16,5% moet u uw winst over 2020 proberen te verlagen. Een van de manieren om de winst te verlagen, is het naar voren halen van kosten door bijvoorbeeld een dure reparatie al in december te laten uitvoeren in plaats van in januari.

  1. Maak gebruik van de innovatiebox

Bent u bezig met innovatief onderzoek? Dan kunt u mogelijk alle winsten die u behaalt met innovatieve activiteiten in de innovatiebox laten vallen. Het tarief van de vennootschapsbelasting voor deze winsten is 7%.

Tip

Probeer dit jaar nog uw voordeel uit innovatieve activiteiten te vergroten om te profiteren van het tarief van 7%. In 2021 wordt het tarief namelijk verhoogd naar 9%.

Let op

Draait u juist verlies met uw innovatieve activiteiten? Dan zijn deze verliezen aftrekbaar en verrekenbaar tegen het normale vennootschapsbelastingtarief. Deze verliezen vallen dus niet onder het lagere tarief van de innovatiebox.

  1. Wel of geen fiscale eenheid?

Het aangaan van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting tussen meerdere vennootschappen heeft bepaalde voordelen, zoals het doen van één aangifte voor de vennootschapsbelasting, het neutraliseren van onderlinge handelstransacties, het fiscaal geruisloos doorvoeren van een herstructurering en de directe verrekening van onderlinge winsten en verliezen van gevoegde vennootschappen. Ga na of u voldoet aan de voorwaarden voor het vormen van een fiscale eenheid.

Tip

Is een fiscale eenheid voor u fiscaal aantrekkelijk in? Dan kunt u de fiscale eenheid in 2021 laten ingaan indien u de aanvraag voor de fiscale eenheid vóór 1 april 2021 indient.

Let op

Winsten van de maatschappijen in de fiscale eenheid worden samengevoegd. Houd er dus rekening mee dat indien u binnen de fiscale eenheid meer dan € 200.000 winst maakt, u maar één keer gebruik kunt maken van het opstaptarief van 15%. De gezamenlijke winsten boven de € 200.000 worden belast tegen 25%.

Tips voor de DGA

  1. Verlaag uw gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon moet minimaal het hoogste bedrag zijn van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het loon van de meestverdienende werknemer bij de vennootschap of van de meestverdienende werknemer van een verbonden vennootschap van de werkgever;
  • tenminste € 46.000.

Tip

Heeft u als gevolg van de coronacrisis te maken met een omzetdaling? Dan mag u het gebruikelijk loon in 2020 lager vaststellen. U moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  • Als de aanmerkelijkbelanghouder in werkelijkheid een hoger loon heeft gehad dan volgt uit onderstaande berekening, dan geldt dat hogere loon.
  • Als uw omzet in 2019 of 2020 is beïnvloed door bijzondere zaken, zoals een oprichting, staking, fusie, splitsing of bijzondere resultaten, past u onderstaande berekening toe zonder die beïnvloeding.

De Belastingdienst schrijft de volgende berekening voor om het gebruikelijk loon lager vast te stellen:

Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C

A = het gebruikelijk loon over 2019

B = de omzet (exclusief btw) over de eerste 4 kalendermaanden van 2020

C = de omzet (exclusief btw) over de eerste 4 kalendermaanden van 2019

Let op

U mag aannemelijk maken dat het gebruikelijk loon lager moet zijn dan het loon volgens deze berekening.

  1. Keer dividend uit

Bent u van plan dividend uit te keren? Doe dat dan nog in 2020 en maak gebruik van het tarief van 26,25%. Vanaf 2021 geldt een verdere verhoging naar 26,9%.

Let op

Het uitkeren van dividend in 2020 kan mogelijk gevolgen hebben voor uw eventuele NOW-subsidie. Eén van de voorwaarden van de NOW is namelijk dat over 2020 geen dividend of een bonus mag worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur, bestuur en directie en dat geen eigen aandelen mogen worden ingekocht.

  1. Let op met lenen van uw BV

Houdt nu al rekening met de voorgestelde wetgeving waarin u in de toekomst mogelijk geconfronteerd wordt met een belastingheffing in box 2 op schulden aan uw BV die uitkomen boven € 500.000. Het is daarom verstandig de komende periode kritisch te kijken naar de schulden aan uw BV en deze niet onnodig te laten oplopen en indien mogelijk te bekijken of deze afgelost kunnen worden. Ga ook na of het nodig is om nieuwe leningen af te sluiten met uw BV.

  1. Verreken uw verlies uit aanmerkelijk belang

Is uw inkomen uit aanmerkelijk belang negatief? Dan kunt u dit verlies verrekenen met positief inkomen uit aanmerkelijk belang van het jaar ervoor en eventueel met positief inkomen uit aanmerkelijk belang in de komende 6 jaar.

Is uw verlies uit aanmerkelijk belang niet te verrekenen omdat u geen aanmerkelijk belang meer heeft? Dan kunt u de Belastingdienst vragen uw verlies uit aanmerkelijk belang om te zetten in een belastingkorting.

Tips voor werkgever/werknemer

  1. Maak gebruik van de tijdelijk verhoogde vrije ruimte

Via de werkkostenregeling kunt u als werkgever onbelaste vergoedingen aan uw werknemers geven.  Voor het verstrekken van onbelaste vergoedingen dient u rekening te houden met de vrije ruimte. Blijft het totale bedrag onder de 1,7% van de eerste € 400.000 van de loonsom van alle medewerkers samen? Dan mag u dat onbelast als vergoeding geven. De vrije ruimte over het fiscale loon tot en met € 400.000 is in 2020 tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3%. Dat biedt u, als u daarvoor de financiële ruimte hebt, de mogelijkheid om uw werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen. Ga na op welke manier u daar gebruik van kunt maken.

  1. Laat vaste vergoedingen doorlopen

Krijgen uw werknemers een vaste vergoeding van u, bijvoorbeeld reiskostenvergoeding of een lunchvergoeding, en werken zij vanwege het coronavirus (bijna) volledig thuis? Dan hoeft u de vaste vergoeding niet aan te passen. U kunt tot en met 31 december 2020 uitgaan van de feiten waarop de vaste vergoeding was gebaseerd. Voorwaarde hierbij is wel dat het recht op de vaste vergoeding vaststond op uiterlijk 12 maart 2020. Is een recht op een vaste (reiskosten)vergoeding afhankelijk van een keuze van uw werknemer (bijvoorbeeld bij een cafetariasysteem)? Dan moet hij zijn keuze uiterlijk op 12 maart 2020 hebben gemaakt.

  1. Vergoed mondkapjes onbelast

U mag de kosten van mondkapjes onbelast vergoeden of verstrekken aan uw werknemers. Dit valt onder de gerichte vrijstelling van de werkkostenregeling. Deze kosten horen tot de werkelijke kosten van het openbaar vervoer, omdat werknemers niet zonder mondkapje met het openbaar vervoer mogen reizen.

  1. Vraag loonkostenvoordeel aan

Neemt u oude werknemers of werknemers met een arbeidsbeperking in dienst? Ga na of u in aanmerking komt voor het loonkostenvoordeel. Indien u voldoet aan de voorwaarden dan ontvangt u een  jaarlijkse tegemoetkoming.

Let op

U kunt per 1 januari 2021 een loonkostenvoordeel krijgen voor een werknemer die onder de doelgroep van de banenafspraak valt zolang hij bij hem in dienst is. Nu is de maximale duur nog drie jaar.

  1. Rond uw loonadministratie af

Aan het einde van dit jaar moet u de loonadministratie afsluiten. Waar kunt u op letten bij het afsluiten:

  • Zijn alle vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers correct opgenomen?
  • Heeft u van iedere werknemer een kopie van het identificatiebewijs in uw administratie?

Let op

Door het voorgeschreven thuiswerken en het houden van 1,5 meter afstand kunt u in deze periode misschien niet voldoen aan alle administratieve verplichtingen voor de loonheffingen. In dat geval verbindt de Belastingdienst daar tijdelijk geen consequenties aan. U moet deze administratieve verplichtingen dan wel alsnog nakomen zodra dit weer kan. Deze maatregel geldt in ieder geval tot en met 31 december 2020.

Aan welke administratieve verplichtingen kunt u dan denken? De Belastingdienst hanteert hiervoor het volgende voorbeeld: Het kan zijn dat u de identiteit van uw werknemer nu niet kunt vaststellen aan de hand van een origineel identiteitsbewijs. Normaal gesproken moet u voor deze werknemer dan onder andere het anoniementarief van 52% toepassen. Dat hoeft u in deze periode niet te doen als u de identiteit van de werknemers alsnog op de juiste manier vaststelt zodra de situatie het weer toelaat.

  1. Let op bijtelling auto van de zaak

Indien uw werknemer meer dan 500 privékilometers rijdt met de auto van de zaak krijgt u te maken met een bijtelling. Het algemene tarief daarvoor is 22%, maar voor nieuwe volledig elektrische auto’s geldt in 2020 een verlaagd tarief van 8%. Er is wel een plafond. De verlaagde bijtelling geldt namelijk maar tot een catalogusprijs van € 45.000, daarboven geldt alsnog 22%.

Let op

Rijdt uw werknemer op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met een ter beschikking gestelde auto? Dan hoeft u geen bedrag op te tellen bij zijn belastbare loon. Uw werknemer kan bewijzen dat hij op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt met behulp van een sluitende rittenregistratie.

  1. Doe op tijd loonbelastingaangifte

Zit u in geldnood? Dan nog is het raadzaam om uw aangifte loonheffingen op tijd te versturen. Juist nu, tijdens de coronacrisis. Want het UWV heeft de gegevens uit de aangiftes loonheffingen nodig voor de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW-regeling). Deze noodmaatregel is bedoeld om werkgevers met omzetverlies te compenseren voor de loonkosten. Zo kunt u ook sneller gecompenseerd worden.

Tip

U heeft dan in ieder geval de loonbelastingaangifte gedaan. Wat de betaling van de loonbelasting betreft, daar kunt u bijzonder uitstel van betaling voor aanvragen.

Let op

Krijgt u van UWV een uitkering in het kader van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)? Houdt u er rekening mee dat deze uitkering wel belast is.

Btw-tips

  1. Pas juiste btw-tarief toe

Ga na of u wel het juiste btw-tarief berekent aan uw klanten. Het algemene btw-tarief is 21%. Voor sommige goederen en diensten geldt het lage tarief van 9%, het 0%-tarief of een vrijstelling. Controleer welk tarief u moet hanteren.

Let op

Btw over zakelijke uitgaven kunt u aftrekken als voorbelasting. Maar de btw over de kosten voor vrijgestelde goederen en diensten is niet aftrekbaar.

  1. Let op laatste btw-aangifte van het jaar

In de laatste aangifte van het jaar neemt u een aantal afrekeningen op over het afgelopen kalenderjaar. U betaalt dan onder andere voor privégebruik van goederen en diensten die tot uw onderneming behoren een gedeelte van de btw terug die u eerder hebt afgetrokken. Denk aan  bijvoorbeeld de auto van de zaak. U betaalt dan  voor het privégebruik btw terug in de laatste btw-aangifte van het jaar. Probeer dit in kaart te brengen.

  1. Vraag btw terug

Heeft u te maken met een afnemer die uw factuur niet of niet volledig betaalt, en deze ook niet meer zal betalen? Vraag dan de btw terug die u over deze oninbare vordering hebt aangegeven en betaald.

Let op

U heeft ook recht op teruggaaf van btw indien u achteraf een prijsvermindering of volledige kwijtschelding verleent, of de overeenkomst voor het leveren van de prestatie wordt verbroken.

Het bedrag van de teruggaaf door een oninbare vordering, prijsvermindering, volledige kwijtschelding of door het verbreken van de overeenkomst, verwerkt u in de aangifte over het tijdvak waarin de situatie zich heeft voorgedaan.

  1. Let op wijziging activiteiten

Heeft u uw activiteiten gewijzigd of bent u van plan andere activiteiten te gaan uitvoeren? Houdt u rekening met de btw-gevolgen van het wijzigingen van uw activiteiten. Het kan namelijk zijn dat u nu geen btw-aangifte hoeft te doen, bijvoorbeeld omdat uw ondernemingsactiviteiten zijn vrijgesteld. Als deze activiteiten later veranderen of u gaat nieuwe activiteiten erbij doen, moet u misschien wél btw-aangifte doen.

  1. Meld verbreken fiscale eenheid voor de btw zo snel mogelijk

Indien u niet langer voldoet aan de voorwaarden voor het bestaan van een fiscale eenheid voor de btw, loopt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de btw-schulden van alle ondernemingen binnen de fiscale eenheid door zolang de fiscale eenheid bestaat.

Tip

De fiscale eenheid wordt niet met terugwerkende kracht beëindigd, zodat het erg belangrijk is dat u zo snel mogelijk schriftelijk aan de Belastingdienst meldt dat de fiscale eenheid moet worden verbroken.

Let op

Ook indien een deel van de fiscale eenheid wordt ontbonden, moet u dit melden bij de Belastingdienst.

Tips voor alle belastingplichtigen

  1. Schrijf u nog in voor een opleiding of studie

Bent u van plan om een opleiding of studie voor uw (toekomstig) beroep te volgen en is dat een leertraject, dan kunt u de kosten daarvan in 2020 nog in aftrek brengen voor uw inkomstenbelasting. Deze mogelijkheid komt waarschijnlijk in 2021 te vervallen dus heeft het nog zin om studiekosten in 2020 te maken.

  1. Verlaag uw box 3-vermogen

Heeft u een groot vermogen in box 3, waarbij de forfaitaire belastingdruk erg hoog uitpakt? Dan kunt u de belastingdruk verlagen door nog dit jaar nog een schenking of een dure aankoop te doen die u toch al van plan bent te doen.

  1. Wacht met het kopen van een woning

Bent u van plan een woning te kopen en bent u tussen de 18 en 35 jaar? Dan is het raadzaam om hiermee te wachten tot 2021, aangezien kopers van 18 tot 35 jaar dan eenmalig geen overdrachtsbelasting bij aankoop van een woning hoeven te betalen. Dat maakt de aankoop van een woning voor hen een stuk goedkoper.

  1. Breng zorgkosten in aftrek

U kunt de persoonsgebonden uitgaven voor specifieke zorgkosten aftrekken voor zover die boven een bepaalde drempel uitkomen. De drempel is afhankelijk van het verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Onder specifieke zorgkosten vallen onder andere uitgaven voor genees- en heelkundige hulp, voorgeschreven medicijnen, hulpmiddelen (op brillen en contactlenzen na), extra gezinshulp en extra kosten van een op medisch voorschrift gehouden dieet.

Let op

Uitgaven voor scootmobielen, rolstoelen of aanpassingen aan de woning komen niet in aanmerking.

  1. U mag volgend jaar meer onbelast sparen

U kunt volgend jaar meer geld onbelast opzij zetten. Vanaf 2021 gaat het heffingsvrij vermogen in box 3 omhoog naar € 50.000 of € 100.000 met fiscaal partner.

  1. Betaal hypotheekrente vooruit

Aangezien het aftrektarief van de hypotheekrente jaarlijks daalt, doet u er verstandig aan om hypotheekrente vooruit te betalen. Zo profiteert u dit jaar nog van een hoger aftrektarief van 46%. In 2021 wordt de hypotheekrenteaftrek geleidelijk verder afgebouwd met 3% en komt uit op 43%.

  1. Let op fiscale gevolgen betaalpauze hypotheek

Kunt u vanwege de coronacrisis tijdelijk uw hypotheek niet betalen? Dan mag uw geldverstrekker, bijvoorbeeld uw bank, u een betaalpauze geven. In die periode hoeft u geen (of minder) rente en aflossing te betalen voor uw eigenwoningschuld. U kunt een betaalpauze aanvragen, en uw geldverstrekker kan zo’n betaalpauze met u afspreken, tot en met 31 december 2020.

De rente die u in 2020 niet betaalt, mag u meestal niet aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting over 2020. Als u de niet betaalde rente niet mag aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting over 2020, dan mag u die rente aftrekken in de aangifte over het jaar waarin u die rente betaalt. Dat zal meestal in de aangifte over het jaar 2021 zijn.

Let op

Ontvangt u een voorlopige teruggaaf voor de aftrek van rente en kosten voor uw eigen woning? Dan heeft de betaalpauze meestal gevolgen voor de hoogte van uw voorlopige aanslag over 2020. Is uw niet betaalde rente niet aftrekbaar in 2020? Pas dan uw voorlopige aanslag aan om te voorkomen dat u over 2020 moet terugbetalen. In de voorlopige teruggaaf wordt namelijk geen rekening gehouden met het tijdelijk stopzetten van het betalen van de rente.

Als u geen rente mag aftrekken, wordt uw belastbaar inkomen hoger. Ontvangt u een toeslag over 2020? Dan kan dit hogere inkomen gevolgen hebben voor de hoogte van uw toeslag. De toeslag wordt daardoor lager. Pas uw toeslag over 2020 aan om te voorkomen dat u in 2021 over 2020 moet terugbetalen.

Belastingplan 2021 – de belangrijkste maatregelen op een rij

Op Prinsjesdag 2020 zijn de miljoenennota en het belastingpakket voor 2021 bekendgemaakt.
Bijgaand de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2021 en de aanvullende wetsvoorstellen voor het MKB op een rij:

CORONACRISIS

Coronareserve. Onder voorwaarden is al goedgekeurd dat belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting voor het coronagerelateerde verlies dat zich naar verwachting in het boekjaar 2020 voordoet, al in het boekjaar 2019 een fiscale reserve kunnen vormen. Deze coronareserve verlaagt dus de winst over 2019 en daardoor kan er op korte termijn (een deel van) de betaalde vennootschapsbelasting over 2019 terugontvangen worden of hoeft (een deel van) de belasting over 2019 niet meer te worden betaald. Met dit voorstel wordt de al bestaande goedkeuring in wetgeving omgezet. Let op. De coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 en ook niet groter dan het totale verwachte verlies in het jaar 2020.

Vrijstelling TVL en TOGS. Medio 2020 heeft het kabinet de TOGS vervangen door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (ook wel TVL genoemd). Het Belastingplan 2021 regelt dat dit voordeel vanaf 1 januari 2020 vrijgesteld is van inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondernemers die directe schade ondervonden van de coronamaatregelen, konden in een deel van 2020 profiteren van de regeling Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Dit voordeel betrof een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 om de vaste lasten te betalen. In het Belastingplan 2021 is opgenomen dat dit voordeel onbelast is.

ONDERNEMINGEN

Tarief vennootschapsbelasting. De lagere tariefschijf in de vennootschapsbelasting wordt vanaf volgend jaar in twee stappen verhoogd naar € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022. Het tarief in deze schijf gaat in 2021 omlaag van 16,5 naar 15%. De eerder aangekondigde verlaging van vennootschapsbelasting over winsten in de tweede schijf van 25 naar 21,7%, gaat niet door. Tip. BV’s in een fiscale eenheid kunnen overwegen om de fiscale eenheid te beëindigen, zodat voor iedere BV de verlaagde tariefschijf benut kan worden.

Tarief innovatiebox verhoogd. Als ondernemingen (BV’s, NV’s, etc.) winst maken met innovatieve activiteiten, hoeven zij over dit deel van de winst minder vennootschapsbelasting te betalen, de innovatiebox. Per 1 januari 2021 stijgt het effectieve tarief van de innovatiebox van 7 naar 9%.

Afbouw zelfstandigenaftrek. De eerder geplande afbouw van de zelfstandigenaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting wordt versneld. In 2021 daalt de zelfstandigenaftrek van € 7.030 naar € 6.670. Tot 2028 bedraagt de jaarlijkse verlaging € 360, in 2028 € 390 en daarna tot 2036 jaarlijks € 110. Uiteindelijk zal de zelfstandigenaftrek in 2036 nog maar € 3.240 bedragen.

Baangerelateerde investeringskorting. Er wordt voorgesteld om als tijdelijke crisismaatregel per 1 januari 2021 een baangerelateerde investeringskorting (BIK) in te voeren. De BIK laat ondernemers een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de loonheffing. Na afloop van de BIK zal deze budgettaire ruimte worden gebruikt voor een nader te bepalen maatregel met hetzelfde doelbereik (het verlagen van werkgeverskosten).

WERKGEVERS

Vrije ruimte werkkostenregeling. Voor 2020 wordt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling met terugwerkende kracht verruimd van 1,7 naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte over de loonsom boven de € 400.000 verlaagd van 1,2 naar 1,18%.

ONROERENDE ZAKEN

Startersvrijstelling overdrachtsbelasting. Starters op de woningmarkt worden onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zij moeten hiervoor 18 tot 35 jaar zijn, een (recht op een) woning verkrijgen en de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Ook mag de vrijstelling niet eerder zijn benut. Of er aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt beoordeeld bij het passeren van de notariële leveringsakte. Er geldt een overgangsregeling voor kopers die voor 1 januari 2021 een woning hebben gekocht. Als zij aan alle voorwaarden voldoen, kunnen ze de vrijstelling toepassen bij een volgende aankoop.

Verlaagd tarief overdrachtsbelasting. Het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting van 2% geldt enkel nog voor natuurlijke personen die een woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. De verkrijger moet direct voorafgaand aan de verkrijging schriftelijk verklaren dat dit de intentie is. De Belastingdienst zal achteraf controleren of de verkrijger de woning inderdaad voor langere tijd als hoofdverblijf is gaan gebruiken.

Algemene tarief overdrachtsbelasting. Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6 naar 8%. Dit tarief geldt voor alle niet-woningen en voor woningen die door de verkrijger niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf worden gebruikt, dus bijv. voor vakantiewoningen, woningen die ouders kopen voor hun kind, bedrijfspanden en verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen, zoals een BV of woningcorporatie. Tip. Zorg zo mogelijk voor overdracht in 2020, dat scheelt overdrachtsbelasting.

AUTO

Bijtelling auto van de zaak. Voor nieuwe emissievrije auto’s, zoals elektrische auto’s, is in 2020 de bijtelling 8% van de cataloguswaarde tot € 45.000. In 2021 geldt er een bijtelling van 12% over maximaal € 40.000. Voor een waterstofauto geldt de lagere bijtelling over de volledige cataloguswaarde. Het kabinet stelt nu voor om ook voor zonnecelauto’s dezelfde regeling te introduceren als voor waterstofauto’s. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen.

PRIVÉ

Aanpassingen box 3. Om de belastingdruk op kleinere vermogens te verzachten, wordt voorgesteld het heffingsvrije vermogen in box 3 te verhogen van € 30.846 naar € 50.000 (voor partners samen van € 61.692 naar € 100.000). Ook worden de schijfgrenzen opnieuw vastgesteld, waarbij de tweede schijf begint bij een vermogen van € 100.000 en de derde schijf bij € 1.000.000. Om dit pakket deels te dekken, wordt het belastingtarief in box 3 verhoogd van 30 naar 31%.

Wat te regelen voor (belastingvrije) uitbetaling kindsdelen?

Wanneer mogen de kindsdelen worden uitbetaald door de langstlevende echtgenoot? Wat kan er in een testament worden geregeld? Hoe werkt dit fiscaal? Wat is goed om te checken?

Onlangs bij de rechter…

Alles naar de langstlevende echtgenoot.

20 jaar geleden is de vader van Thea overleden. Hij had een testament gemaakt op basis waarvan hij zijn gehele nalatenschap aan zijn echtgenote heeft toegedeeld (ouderlijke boedelverdeling). Volgens zijn testament zijn de kindsdelen opeisbaar:

  1. als de langstlevende echtgenoot (moeder) overlijdt;
  2. als de langstlevende echtgenoot hertrouwt zonder huwelijkse voorwaarden die een zogenoemde ‘koude uitsluiting’ (strikte scheiding van privévermogens) inhouden;
  3. als de langstlevende echtgenoot in staat van faillissement geraakt of surséance van betaling aanvraagt;
  4. als de langstlevende echtgenoot in de bijstand terechtkomt.

Kindsdelen uitbetalen

Moeder in verzorgingstehuis. Als moeder wordt opgenomen in een verzorgingstehuis, wordt Thea door de kantonrechter tot bewindvoerder benoemd. Omdat moeder een behoorlijk vermogen op haar bankrekening heeft staan, betaalt ze voor haar verblijf in het verzorgingshuis een hoge eigen bijdrage, zoals deze geldt op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz). Thea wil daarom de kindsdelen inzake het overlijden van vader uitbetalen aan de drie kinderen. Aldus vermindert het vermogen van moeder en hoeft moeder dus een lagere eigen bijdrage te betalen. Om als bewindvoerder over dat geld te kunnen beschikken, heeft ze een machtiging nodig van de kantonrechter.

Geen toestemming rechter. Helaas geeft Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2020:6997) geen toestemming. In het testament van vader staat duidelijk wanneer de kindsdelen opeisbaar zijn. Dat is nu niet het geval. Het is niet in het belang van moeder om de kindsdelen nu uit te betalen, want daardoor vermindert haar vermogen. Dat ze door uitbetaling een lagere eigen bijdrage moet betalen, maakt dat niet anders.

Andere mogelijkheden

Het probleem met de kindsdelen had op drie manieren voorkomen kunnen worden.

Vader had in zijn testament kunnen toevoegen dat de kindsdelen ook opeisbaar zijn als de langstlevende echtgenoot voor diens (medische) verzorging of levensonderhoud een beroep moet doen op een overheidsvoorziening waarbij de hoogte van de uitkering, en daaraan gekoppeld de hoogte van de eigen bijdrage, afhankelijk is van het eigen vermogen. Tip.  Check bestaande testamenten om te (laten) beoordelen of dat goed geregeld is.

Toen ze nog beschikkingsbevoegd was, had moeder zelf de kindsdelen kunnen uitbetalen. Want hoewel ze niet opeisbaar zijn, heeft de langstlevende echtgenoot altijd de bevoegdheid om de kindsdelen geheel of deels uit te betalen. Tip.  Uitbetaling van de kindsdelen is aflossing van een schuld. Daarover hoeft dus geen schenkbelasting te worden betaald.

Toen ze nog wilsbekwaam was, had moeder een levenstestament kunnen maken met daarin een volmacht voor Thea om de kindsdelen uit te betalen. Machtiging van de kantonrechter was dan niet vereist.

Helaas voor de kinderen zijn deze mogelijkheden hier nu een gepasseerd station. Het is dus zaak om hier tijdig actie op te ondernemen.

Als langstlevende echtgenoot mag men altijd de kindsdelen geheel of gedeeltelijk uitbetalen. Uitbetaling van de kindsdelen is geen schenking, maar aflossing van een schuld. Daarover hoeft dus geen schenkbelasting te worden betaald.

Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling vanaf 2020

Het kabinet heeft onlangs besloten om vanaf 2020 de werkkostenregeling te verruimen.

Momenteel mag een werkgever tot 1,2% van de totale fiscale loonsom onbelast aan zijn werknemers verstrekken of vergoeden. Dit betreft de vrije ruimte. Overige onbelaste, vrijgestelde vergoedingen, zoals reiskosten, een telefoon of opleidingskosten, kunnen daarbovenop verstrekt worden.
Vanaf 2020 wordt het percentage van de vrije ruimte verhoogd naar 1,7% voor de eerste €400.000 van het totale fiscale loon.

Een voorbeeld: bij een loonsom van €400.000 kan nu €4.800 onbelast vergoedt/ verstrekt worden, vanaf 2020 zal dit €6.800 bedragen. Bij een loonsom boven €400.000 blijft het percentage van 1,2% gelden.
Aan de vrijstellingen wordt de vergoeding toegevoegd die de werkgever geeft aan de werknemer voor het aanvragen van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag).

Nieuwe maatregel rekening-courantschulden

Ongewenst buitensporige schulden bij eigen BV

Het kabinet vindt buitensporige schulden bij de eigen BV niet wenselijk. Het kan van belastinguitstel naar belastingafstel leiden. Tijdens Prinsjesdag 2018 zijn nieuwe regels aangekondigd omtrent de schuld die een directeur-grootaandeelhouder bij zijn BV heeft.

Door oplettendheid van de Belastingdienst kan dit momenteel al aangepakt worden, maar doordat de lening in iedere situatie anders kan zijn is dit vaak lastig. In het ene geval is het lenen van een groot bedrag nog zakelijk, terwijl in een andere situatie het lenen van een kleiner bedrag fiscaal al tot directe belastingheffing kan leiden omdat het een uitdeling betreft.

Wat zijn de plannen?

Het kabinet heeft een wetsvoorstel per 1 januari 2022 aangekondigd waarin staat dat de directeur-grootaandeelhouder een schuld van maximaal € 500.000 bij zijn BV mag hebben. Indien dit hoger is zal het verschil als een dividenduitkering worden gezien en is er een box 2-heffing verschuldigd. Over de precieze voorwaarden wordt meer duidelijk als de plannen concreet worden. Wel heeft het kabinet al laten weten dat bestaande leningen die gebruikt zijn voor eigen woning niet zullen meetellen bij de beoordeling van de hoogte van de rekening-courantschuld. Leg goed vast welk deel van de schuld bij de BV voor uw eigen woning is.

Box 2 tarief

 

Voordeel?

In het Belastingplan 2019 is aangekondigd dat vanaf 2020 het box-2 tarief zal gaan stijgen, volgens de plannen naar 26,9% in 2022.

Daarom is het aan te raden om, ondanks dat deze nieuwe regels waarschijnlijk pas in gaan per 1 januari 2022, vast te kijken naar situaties waar de rekening-courantschuld hoger is dan €500.000.

Het kan voordelig zijn om uw rekening-courant af te bouwen door dividend uit te keren in 2019 omdat tot einde 2019 dividenduitkeringen belast zijn tegen 25%.

Belangrijk!

Met deze plannen wordt al wel duidelijk dat directeur-grootaandeelhouders met hogere schulden een mogelijk probleem hebben. Hiervoor is het aan te raden contact op te nemen met uw adviseur om zo mogelijk vast actie te ondernemen en hierop in 2019 te anticiperen.

Uitstel Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelaties)

Onlangs is bekendgemaakt dat de zogenaamde ‘nieuwe ZZP-wet’ een jaar is uitgesteld naar januari 2021.

Hieronder een update.

Via de webmodule, waarvoor het streven is dat deze eind 2019 gereed is, wordt een opdrachtgeversverklaring verkregen. Een opdrachtgeversverklaring wordt afgegeven als er geen sprake is van dienstbetrekking.

In een toelichting van het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst zal worden verduidelijkt wanneer er sprake is van een gezagsverhouding.

Opvolger Wet DBA

Het kabinet is voornemens om bij overeenkomst van opdracht aan zzp-ers in geval van langere duur of voor werkzaamheden behorend bij bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgeven, voortaan (tegen laag tarief) een arbeidsovereenkomst voor te stellen.
Echter zal bij hoog tarief, korte duur of werkzaamheden niet passend bij de bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever de mogelijkheid worden geboden tot een automatische inschrijving voor de loonheffingen. Daarom ziet het er naar uit dat de nieuwe wetgeving pas per 1 januari 2021 in werking zal zijn.

Het controlebeleid wat nu van kracht is blijft van toepassing tot de webmodule gereed is.
Daarna volgt de informatie over de manier van controleren op het naleven van de geldende wettelijke regels. Deze houden in dat de Belastingdienst in zal grijpen in geval van overduidelijke schijnzelfstandigheid waarbij sprake is van opzet. Het advies is om indien mogelijk met een door de Belastingdienst gepubliceerde modelovereenkomst te werken.

Voorkomen liquiditeitsproblemen door erfbelasting

Erfbelasting

Bij de belasting die wordt geheven over een erfenis wordt geen onderscheidt gemaakt tussen liquide middelen of onroerende zaken. Dit kan er voor zorgen dat, als veel van het vermogen bestaat uit onroerende zaken, de erfbelasting voor een liquiditeitsprobleem kan zorgen.

In dit artikel gebruiken we het voorbeeld van een stel dat getrouwd is in gemeenschap van goederen met samen twee kinderen. Het vermogen dat ze hebben opgebouwd is € 1.2 miljoen wat voornamelijk in hun woonhuis en bedrijfspand zit.

Overlijden zonder testament

Bij het overlijden van één van de ouders laat deze € 600.000 na. Deze nalatenschap wordt, bij het ontbreken van een testament, wettelijk evenredig verdeeld over de erfgenamen. In dit voorbeeld zijn er drie erfgenamen, de partner en de twee kinderen, die allen € 200.000 ontvangen. Door het ontbreken van een testament bepaald de wet ook dat de erfenis wordt toebedeeld aan de langstlevende partner. Het erfdeel van de kinderen wordt omgezet in een vordering op de langstlevende partner welke opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende partner.

Voor het betalen van de erfbelasting betekent dit het volgende. Voor de langstlevende partner geld een fiscaal vrijgesteld bedrag van € 643.194 waar de erfenis van € 200.000 ruim binnenvalt. Het fiscaal vrijgestelde bedrag voor kinderen bedraagt € 20.371. Dit resulteert in een belastbaar bedrag van € 179.629 waar elk kind vervolgens € 23.600 erfbelasting over verschuldigd. Aangezien de nalatenschap in zijn geheel is toegedeeld aan de langstlevende partner zal deze ook de schulden aan de belastingdienst van twee keer € 23.600 moeten betalen.

Tweetraps testament

Een testament met tweetrapsmaking kan fiscaal uitkomst bieden. Dit houdt in dat de erfenis van de overleden ouder in zijn geheel wordt nagelaten aan de langstlevende partner. Wel wordt in het testament opgenomen dat het overgebleven deel van de erfenis van de overleden ouder na het overlijden van de langstlevende wordt toebedeeld aan de kinderen. Bij het overlijden van de langstlevende partner ontvangen de kinderen dus het gedeelte van de erfenis van de korstlevende partner en die van de langstlevende partner.

In het hiervoor beschreven voorbeeld houdt het overlijden van de eerste partner in dat de gehele erfenis, ten hoogte van € 600.000, toe komt aan de langstlevende partner. Dankzij de partnervrijstelling van € 643.194 hoeft over dit bedrag geen erfbelasting betaald te worden. Door deze oplossing ontstaat er dus niet direct een liquiditeitsprobleem door erfbelasting bij een erfenis wat voornamelijk bestaat uit onroerende zaken.

Pas bij het overlijden van de langstlevende partner erven de kinderen ieder hun deel van de erfenis. Aangezien het hierbij gaat om het erven van beide ouders kan er tweemaal gebruik gemaakt worden van het vrijgestelde bedrag.