Belastingplan 2021 – de belangrijkste maatregelen op een rij

Op Prinsjesdag 2020 zijn de miljoenennota en het belastingpakket voor 2021 bekendgemaakt.
Bijgaand de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2021 en de aanvullende wetsvoorstellen voor het MKB op een rij:

CORONACRISIS

Coronareserve. Onder voorwaarden is al goedgekeurd dat belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting voor het coronagerelateerde verlies dat zich naar verwachting in het boekjaar 2020 voordoet, al in het boekjaar 2019 een fiscale reserve kunnen vormen. Deze coronareserve verlaagt dus de winst over 2019 en daardoor kan er op korte termijn (een deel van) de betaalde vennootschapsbelasting over 2019 terugontvangen worden of hoeft (een deel van) de belasting over 2019 niet meer te worden betaald. Met dit voorstel wordt de al bestaande goedkeuring in wetgeving omgezet. Let op. De coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 en ook niet groter dan het totale verwachte verlies in het jaar 2020.

Vrijstelling TVL en TOGS. Medio 2020 heeft het kabinet de TOGS vervangen door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (ook wel TVL genoemd). Het Belastingplan 2021 regelt dat dit voordeel vanaf 1 januari 2020 vrijgesteld is van inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondernemers die directe schade ondervonden van de coronamaatregelen, konden in een deel van 2020 profiteren van de regeling Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Dit voordeel betrof een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 om de vaste lasten te betalen. In het Belastingplan 2021 is opgenomen dat dit voordeel onbelast is.

ONDERNEMINGEN

Tarief vennootschapsbelasting. De lagere tariefschijf in de vennootschapsbelasting wordt vanaf volgend jaar in twee stappen verhoogd naar € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022. Het tarief in deze schijf gaat in 2021 omlaag van 16,5 naar 15%. De eerder aangekondigde verlaging van vennootschapsbelasting over winsten in de tweede schijf van 25 naar 21,7%, gaat niet door. Tip. BV’s in een fiscale eenheid kunnen overwegen om de fiscale eenheid te beëindigen, zodat voor iedere BV de verlaagde tariefschijf benut kan worden.

Tarief innovatiebox verhoogd. Als ondernemingen (BV’s, NV’s, etc.) winst maken met innovatieve activiteiten, hoeven zij over dit deel van de winst minder vennootschapsbelasting te betalen, de innovatiebox. Per 1 januari 2021 stijgt het effectieve tarief van de innovatiebox van 7 naar 9%.

Afbouw zelfstandigenaftrek. De eerder geplande afbouw van de zelfstandigenaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting wordt versneld. In 2021 daalt de zelfstandigenaftrek van € 7.030 naar € 6.670. Tot 2028 bedraagt de jaarlijkse verlaging € 360, in 2028 € 390 en daarna tot 2036 jaarlijks € 110. Uiteindelijk zal de zelfstandigenaftrek in 2036 nog maar € 3.240 bedragen.

Baangerelateerde investeringskorting. Er wordt voorgesteld om als tijdelijke crisismaatregel per 1 januari 2021 een baangerelateerde investeringskorting (BIK) in te voeren. De BIK laat ondernemers een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de loonheffing. Na afloop van de BIK zal deze budgettaire ruimte worden gebruikt voor een nader te bepalen maatregel met hetzelfde doelbereik (het verlagen van werkgeverskosten).

WERKGEVERS

Vrije ruimte werkkostenregeling. Voor 2020 wordt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling met terugwerkende kracht verruimd van 1,7 naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte over de loonsom boven de € 400.000 verlaagd van 1,2 naar 1,18%.

ONROERENDE ZAKEN

Startersvrijstelling overdrachtsbelasting. Starters op de woningmarkt worden onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zij moeten hiervoor 18 tot 35 jaar zijn, een (recht op een) woning verkrijgen en de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Ook mag de vrijstelling niet eerder zijn benut. Of er aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt beoordeeld bij het passeren van de notariële leveringsakte. Er geldt een overgangsregeling voor kopers die voor 1 januari 2021 een woning hebben gekocht. Als zij aan alle voorwaarden voldoen, kunnen ze de vrijstelling toepassen bij een volgende aankoop.

Verlaagd tarief overdrachtsbelasting. Het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting van 2% geldt enkel nog voor natuurlijke personen die een woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. De verkrijger moet direct voorafgaand aan de verkrijging schriftelijk verklaren dat dit de intentie is. De Belastingdienst zal achteraf controleren of de verkrijger de woning inderdaad voor langere tijd als hoofdverblijf is gaan gebruiken.

Algemene tarief overdrachtsbelasting. Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6 naar 8%. Dit tarief geldt voor alle niet-woningen en voor woningen die door de verkrijger niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf worden gebruikt, dus bijv. voor vakantiewoningen, woningen die ouders kopen voor hun kind, bedrijfspanden en verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen, zoals een BV of woningcorporatie. Tip. Zorg zo mogelijk voor overdracht in 2020, dat scheelt overdrachtsbelasting.

AUTO

Bijtelling auto van de zaak. Voor nieuwe emissievrije auto’s, zoals elektrische auto’s, is in 2020 de bijtelling 8% van de cataloguswaarde tot € 45.000. In 2021 geldt er een bijtelling van 12% over maximaal € 40.000. Voor een waterstofauto geldt de lagere bijtelling over de volledige cataloguswaarde. Het kabinet stelt nu voor om ook voor zonnecelauto’s dezelfde regeling te introduceren als voor waterstofauto’s. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen.

PRIVÉ

Aanpassingen box 3. Om de belastingdruk op kleinere vermogens te verzachten, wordt voorgesteld het heffingsvrije vermogen in box 3 te verhogen van € 30.846 naar € 50.000 (voor partners samen van € 61.692 naar € 100.000). Ook worden de schijfgrenzen opnieuw vastgesteld, waarbij de tweede schijf begint bij een vermogen van € 100.000 en de derde schijf bij € 1.000.000. Om dit pakket deels te dekken, wordt het belastingtarief in box 3 verhoogd van 30 naar 31%.

Wat te regelen voor (belastingvrije) uitbetaling kindsdelen?

Wanneer mogen de kindsdelen worden uitbetaald door de langstlevende echtgenoot? Wat kan er in een testament worden geregeld? Hoe werkt dit fiscaal? Wat is goed om te checken?

Onlangs bij de rechter…

Alles naar de langstlevende echtgenoot.

20 jaar geleden is de vader van Thea overleden. Hij had een testament gemaakt op basis waarvan hij zijn gehele nalatenschap aan zijn echtgenote heeft toegedeeld (ouderlijke boedelverdeling). Volgens zijn testament zijn de kindsdelen opeisbaar:

  1. als de langstlevende echtgenoot (moeder) overlijdt;
  2. als de langstlevende echtgenoot hertrouwt zonder huwelijkse voorwaarden die een zogenoemde ‘koude uitsluiting’ (strikte scheiding van privévermogens) inhouden;
  3. als de langstlevende echtgenoot in staat van faillissement geraakt of surséance van betaling aanvraagt;
  4. als de langstlevende echtgenoot in de bijstand terechtkomt.

Kindsdelen uitbetalen

Moeder in verzorgingstehuis. Als moeder wordt opgenomen in een verzorgingstehuis, wordt Thea door de kantonrechter tot bewindvoerder benoemd. Omdat moeder een behoorlijk vermogen op haar bankrekening heeft staan, betaalt ze voor haar verblijf in het verzorgingshuis een hoge eigen bijdrage, zoals deze geldt op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz). Thea wil daarom de kindsdelen inzake het overlijden van vader uitbetalen aan de drie kinderen. Aldus vermindert het vermogen van moeder en hoeft moeder dus een lagere eigen bijdrage te betalen. Om als bewindvoerder over dat geld te kunnen beschikken, heeft ze een machtiging nodig van de kantonrechter.

Geen toestemming rechter. Helaas geeft Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2020:6997) geen toestemming. In het testament van vader staat duidelijk wanneer de kindsdelen opeisbaar zijn. Dat is nu niet het geval. Het is niet in het belang van moeder om de kindsdelen nu uit te betalen, want daardoor vermindert haar vermogen. Dat ze door uitbetaling een lagere eigen bijdrage moet betalen, maakt dat niet anders.

Andere mogelijkheden

Het probleem met de kindsdelen had op drie manieren voorkomen kunnen worden.

Vader had in zijn testament kunnen toevoegen dat de kindsdelen ook opeisbaar zijn als de langstlevende echtgenoot voor diens (medische) verzorging of levensonderhoud een beroep moet doen op een overheidsvoorziening waarbij de hoogte van de uitkering, en daaraan gekoppeld de hoogte van de eigen bijdrage, afhankelijk is van het eigen vermogen. Tip.  Check bestaande testamenten om te (laten) beoordelen of dat goed geregeld is.

Toen ze nog beschikkingsbevoegd was, had moeder zelf de kindsdelen kunnen uitbetalen. Want hoewel ze niet opeisbaar zijn, heeft de langstlevende echtgenoot altijd de bevoegdheid om de kindsdelen geheel of deels uit te betalen. Tip.  Uitbetaling van de kindsdelen is aflossing van een schuld. Daarover hoeft dus geen schenkbelasting te worden betaald.

Toen ze nog wilsbekwaam was, had moeder een levenstestament kunnen maken met daarin een volmacht voor Thea om de kindsdelen uit te betalen. Machtiging van de kantonrechter was dan niet vereist.

Helaas voor de kinderen zijn deze mogelijkheden hier nu een gepasseerd station. Het is dus zaak om hier tijdig actie op te ondernemen.

Als langstlevende echtgenoot mag men altijd de kindsdelen geheel of gedeeltelijk uitbetalen. Uitbetaling van de kindsdelen is geen schenking, maar aflossing van een schuld. Daarover hoeft dus geen schenkbelasting te worden betaald.

Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling vanaf 2020

Het kabinet heeft onlangs besloten om vanaf 2020 de werkkostenregeling te verruimen.

Momenteel mag een werkgever tot 1,2% van de totale fiscale loonsom onbelast aan zijn werknemers verstrekken of vergoeden. Dit betreft de vrije ruimte. Overige onbelaste, vrijgestelde vergoedingen, zoals reiskosten, een telefoon of opleidingskosten, kunnen daarbovenop verstrekt worden.
Vanaf 2020 wordt het percentage van de vrije ruimte verhoogd naar 1,7% voor de eerste €400.000 van het totale fiscale loon.

Een voorbeeld: bij een loonsom van €400.000 kan nu €4.800 onbelast vergoedt/ verstrekt worden, vanaf 2020 zal dit €6.800 bedragen. Bij een loonsom boven €400.000 blijft het percentage van 1,2% gelden.
Aan de vrijstellingen wordt de vergoeding toegevoegd die de werkgever geeft aan de werknemer voor het aanvragen van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag).

Nieuwe maatregel rekening-courantschulden

Ongewenst buitensporige schulden bij eigen BV

Het kabinet vindt buitensporige schulden bij de eigen BV niet wenselijk. Het kan van belastinguitstel naar belastingafstel leiden. Tijdens Prinsjesdag 2018 zijn nieuwe regels aangekondigd omtrent de schuld die een directeur-grootaandeelhouder bij zijn BV heeft.

Door oplettendheid van de Belastingdienst kan dit momenteel al aangepakt worden, maar doordat de lening in iedere situatie anders kan zijn is dit vaak lastig. In het ene geval is het lenen van een groot bedrag nog zakelijk, terwijl in een andere situatie het lenen van een kleiner bedrag fiscaal al tot directe belastingheffing kan leiden omdat het een uitdeling betreft.

Wat zijn de plannen?

Het kabinet heeft een wetsvoorstel per 1 januari 2022 aangekondigd waarin staat dat de directeur-grootaandeelhouder een schuld van maximaal € 500.000 bij zijn BV mag hebben. Indien dit hoger is zal het verschil als een dividenduitkering worden gezien en is er een box 2-heffing verschuldigd. Over de precieze voorwaarden wordt meer duidelijk als de plannen concreet worden. Wel heeft het kabinet al laten weten dat bestaande leningen die gebruikt zijn voor eigen woning niet zullen meetellen bij de beoordeling van de hoogte van de rekening-courantschuld. Leg goed vast welk deel van de schuld bij de BV voor uw eigen woning is.

Box 2 tarief

 

Voordeel?

In het Belastingplan 2019 is aangekondigd dat vanaf 2020 het box-2 tarief zal gaan stijgen, volgens de plannen naar 26,9% in 2022.

Daarom is het aan te raden om, ondanks dat deze nieuwe regels waarschijnlijk pas in gaan per 1 januari 2022, vast te kijken naar situaties waar de rekening-courantschuld hoger is dan €500.000.

Het kan voordelig zijn om uw rekening-courant af te bouwen door dividend uit te keren in 2019 omdat tot einde 2019 dividenduitkeringen belast zijn tegen 25%.

Belangrijk!

Met deze plannen wordt al wel duidelijk dat directeur-grootaandeelhouders met hogere schulden een mogelijk probleem hebben. Hiervoor is het aan te raden contact op te nemen met uw adviseur om zo mogelijk vast actie te ondernemen en hierop in 2019 te anticiperen.

Uitstel Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelaties)

Onlangs is bekendgemaakt dat de zogenaamde ‘nieuwe ZZP-wet’ een jaar is uitgesteld naar januari 2021.

Hieronder een update.

Via de webmodule, waarvoor het streven is dat deze eind 2019 gereed is, wordt een opdrachtgeversverklaring verkregen. Een opdrachtgeversverklaring wordt afgegeven als er geen sprake is van dienstbetrekking.

In een toelichting van het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst zal worden verduidelijkt wanneer er sprake is van een gezagsverhouding.

Opvolger Wet DBA

Het kabinet is voornemens om bij overeenkomst van opdracht aan zzp-ers in geval van langere duur of voor werkzaamheden behorend bij bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgeven, voortaan (tegen laag tarief) een arbeidsovereenkomst voor te stellen.
Echter zal bij hoog tarief, korte duur of werkzaamheden niet passend bij de bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever de mogelijkheid worden geboden tot een automatische inschrijving voor de loonheffingen. Daarom ziet het er naar uit dat de nieuwe wetgeving pas per 1 januari 2021 in werking zal zijn.

Het controlebeleid wat nu van kracht is blijft van toepassing tot de webmodule gereed is.
Daarna volgt de informatie over de manier van controleren op het naleven van de geldende wettelijke regels. Deze houden in dat de Belastingdienst in zal grijpen in geval van overduidelijke schijnzelfstandigheid waarbij sprake is van opzet. Het advies is om indien mogelijk met een door de Belastingdienst gepubliceerde modelovereenkomst te werken.

Voorkomen liquiditeitsproblemen door erfbelasting

Erfbelasting

Bij de belasting die wordt geheven over een erfenis wordt geen onderscheidt gemaakt tussen liquide middelen of onroerende zaken. Dit kan er voor zorgen dat, als veel van het vermogen bestaat uit onroerende zaken, de erfbelasting voor een liquiditeitsprobleem kan zorgen.

In dit artikel gebruiken we het voorbeeld van een stel dat getrouwd is in gemeenschap van goederen met samen twee kinderen. Het vermogen dat ze hebben opgebouwd is € 1.2 miljoen wat voornamelijk in hun woonhuis en bedrijfspand zit.

Overlijden zonder testament

Bij het overlijden van één van de ouders laat deze € 600.000 na. Deze nalatenschap wordt, bij het ontbreken van een testament, wettelijk evenredig verdeeld over de erfgenamen. In dit voorbeeld zijn er drie erfgenamen, de partner en de twee kinderen, die allen € 200.000 ontvangen. Door het ontbreken van een testament bepaald de wet ook dat de erfenis wordt toebedeeld aan de langstlevende partner. Het erfdeel van de kinderen wordt omgezet in een vordering op de langstlevende partner welke opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende partner.

Voor het betalen van de erfbelasting betekent dit het volgende. Voor de langstlevende partner geld een fiscaal vrijgesteld bedrag van € 643.194 waar de erfenis van € 200.000 ruim binnenvalt. Het fiscaal vrijgestelde bedrag voor kinderen bedraagt € 20.371. Dit resulteert in een belastbaar bedrag van € 179.629 waar elk kind vervolgens € 23.600 erfbelasting over verschuldigd. Aangezien de nalatenschap in zijn geheel is toegedeeld aan de langstlevende partner zal deze ook de schulden aan de belastingdienst van twee keer € 23.600 moeten betalen.

Tweetraps testament

Een testament met tweetrapsmaking kan fiscaal uitkomst bieden. Dit houdt in dat de erfenis van de overleden ouder in zijn geheel wordt nagelaten aan de langstlevende partner. Wel wordt in het testament opgenomen dat het overgebleven deel van de erfenis van de overleden ouder na het overlijden van de langstlevende wordt toebedeeld aan de kinderen. Bij het overlijden van de langstlevende partner ontvangen de kinderen dus het gedeelte van de erfenis van de korstlevende partner en die van de langstlevende partner.

In het hiervoor beschreven voorbeeld houdt het overlijden van de eerste partner in dat de gehele erfenis, ten hoogte van € 600.000, toe komt aan de langstlevende partner. Dankzij de partnervrijstelling van € 643.194 hoeft over dit bedrag geen erfbelasting betaald te worden. Door deze oplossing ontstaat er dus niet direct een liquiditeitsprobleem door erfbelasting bij een erfenis wat voornamelijk bestaat uit onroerende zaken.

Pas bij het overlijden van de langstlevende partner erven de kinderen ieder hun deel van de erfenis. Aangezien het hierbij gaat om het erven van beide ouders kan er tweemaal gebruik gemaakt worden van het vrijgestelde bedrag.

Slim omgaan met uw spaargeld

Als uw box 3-vermogen aanzienlijk is en voor een groot gedeelte uit spaargeld bestaat dan kunt u vóór de jaarwisseling nog actie ondernemen wat fiscaal voordelig kan zijn.

Belasting in box 3

De belasting die door de fiscus geheven wordt over het vermogen in box-3 is gebaseerd op het fictieve rendement dat ontvangen wordt. Door de fiscus wordt uitgegaan van een rendement tussen de 2 en 5,3 procent. Over het fictieve rendement wordt 30 procent belasting geheven. De vrijstelling voor het vermogen in box-3 is 30.000 euro, over het meerder wordt dus belasting geheven. Als u een fiscale partner heeft, heeft u beide recht op de vrijstelling van 30.000 euro.

De actie om deze belastingheffing te voorkomen moet gebeuren voor 1 januari 2019, dit is de peildatum voor het bepalen welk fictieve rendement u over uw kapitaal zou ontvangen.

1. Spaargeld naar uw BV

U kunt een kapitaalstorting doen voor het kapitaal dat boven de vrijstelling uitkomt in uw BV. De belasting over kapitaal in BV’s wordt enkel geheven over de rente die wordt uitgekeerd. U kunt uw geld op het moment dat u het weer nodig heeft onbelast uit uw BV terughalen.

Het uitlenen van uw spaargeld aan de BV is ook mogelijk maar dit is belastingtechnisch minder voordelig aangezien de rente van de lening belast wordt in box-1.

2. Schenken

Als u graag een schenking zou doen aan kinderen of kleinkinderen is het gunstig om dit voor het nieuwe jaar nog te doen. Hierdoor verlaagd het kapitaal in box-3 nog voor het eind van het jaar. Voor het schenken aan kinderen, maar ook aan andere personen, gelden fiscale vrijstellingen. Let bij het schenken van uw spaargeld wel op het kapitaal dat de ontvanger in box-3 heeft.

3. Aflossen van schulden

Schulden lager dan 3.000 euro gelden niet mee bij de berekening voor het box-3 vermogen. Het aflossen van deze schulden zorgt er dus wel voor dat het vermogen in box-3 afneemt.

4. Aflossen van uw hypotheek

De huidige lage hypotheekrente zorgt voor minder kosten maar ook fiscaal voor een lagere hypotheekrente aftrek. Het kan hierdoor een optie zijn om uw hypotheekschuld extra af te lossen. Hierbij moet u wel rekening houden met het feit dat dit geld niet eenvoudig weer op te nemen is. Het aflossen hiervan is enkel aan te raden als u dit geld voor langere tijd niet nodig heeft.

5. Kosten vooruit betalen

Als u zicht heeft op grote uitgaven aan het begin van het nieuwe jaar is het aantrekkelijk om deze 2018 al te betalen. Denk bijvoorbeeld aan het verbouwen van uw huis, het aankopen van een nieuwe auto of vooruitbetalen van hypotheekrente. Houdt in hierbij wel de financiële gezondheid van de ontvangende partij in de gate bij vooruitbetalingen zodat u niet voor verassingen komt te staan bij een faillissement.

Eindejaarstips 2018

Aan het eind van het jaar is het van belang om uw onderneming goed voor te bereiden op het nieuwe jaar. In het belastingplan 2019 kon u al vinden wat er voor u gaat veranderen komend jaar. Door middel van de eindejaarstips kunt u in 2018 nog de juiste keuzes maken voordat het nieuwe jaar begint.

De eindejaarstips worden onderverdeeld in tips voor de:

Voor iedere ondernemer en belastingplichtige de moeite waard om door te lezen!

Klik hier voor de eindejaarstips 2018 van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA)

Optimaal gebruik van vrijstellingen door opstellen testament

Bij het overlijden van een aandeelhouder kan de nalatenschap op verschillende manieren verdeeld worden over de erfgenamen. De verdeling hiervan kan grote gevolgen hebben op het belastingbedrag dat betaald moet worden door de erfgenamen. De wetgever heeft echter een aantal vrijstellingen opgenomen voor bedrijfsopvolging wat een uitkomst kan zijn maar deze vrijstellingen worden niet automatisch optimaal gebruikt.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Een van de belangrijkste regelingen die gebruikt kan worden door de erfgenamen, is de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Dit houdt in dat de erfgenamen, voor de verkregen aandelen, een 100% belastingvrijstelling hebben tot een bedrag van €1.071.987. Op alles wat geërfd wordt boven dit bedrag is een vrijstelling van 83% van toepassing.

Op het moment dat er geen testament is opgesteld door de overleden aandeelhouder wordt de erfenis gelijk verdeeld over de langstlevende partner en de kinderen van de overleden aandeelhouder. De langstlevende partner verkrijgt in dit geval de gehele erfenis en de kinderen verkrijgen een vordering voor hun deel van de erfenis op de langstlevende partner. Deze vordering is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende partner. Een testament kan in ervoor zorgen dat de bedrijfsopvolgingsregeling efficiënter gebruikt kan worden.

Als bijvoorbeeld een vader komt te overlijden en hierbij zijn aandelenpakket (t.w.v. €1.200.000) en woning (met WOZ-waarde van €300.000) na laat aan zijn vrouw en zoon zijn er twee mogelijkheden. Allereerst het scenario waarbij geen testament is opgesteld.

Verdeling zonder testament

De moeder en zoon erven beide de helft van de nalatenschap wat neerkomt op €750.000 per persoon. Aangezien de moeder de aandelen daadwerkelijk verkrijgt, en de zoon enkel een vordering, kan de moeder in dit geval gebruik maken van de BOR met een 100% vrijstelling tot €1.071.987. Ook heeft de moeder recht op een partnervrijstelling van €640.000. Door de partner vrijstelling gaat een groot gedeelte van de BOR verloren. Op de vordering van de zoon is wel erf belasting van toepassing wat neerkomt op een bedrag van ongeveer €135.000.

Verdeling met testament

Bij het opstellen van een testament kan hierop ingespeeld worden en daarmee het te betalen belastingbedrag zo laag mogelijk worden gehouden. Door bijvoorbeeld een flexibel testament op te stellen, wordt de standaard, gelijke, verdeling gepasseerd. Bij het overlijden van de aandeelhouder kan in dit geval gekozen worden voor een optimale verdeling. Met een legaat in het testament kan vervolgens een bepaling opgenomen worden welk deel van de nalatenschap precies naar welke erfgenaam gaat.

Als de zoon in dit voorbeeld het bedrijf gaat opvolgen kan de aandeelhouder dit opnemen in zijn testament en de aandelen aan hem legateren. Door deze keuze kan de BOR volledig benut worden omdat op de verkregen aandelen ter waarde van €1.200.000 tot een bedrag van €1.071.987 een 100% vrijstelling toegepast kan worden. Over het resterende verkregen bedrag vanuit de erfenis moet nog wel belasting betaald worden. De moeder, die 50% van de waarde van het huis erft, ter waarde van €150.000 kan haar partnervrijstelling toepassen. Hierdoor wordt het te betalen belastingbedrag voor de zoon verminderd met ruim €100.000.

Afvullegaat

Echter wordt in het voorbeeld nu niet optimaal gebruik gemaakt van de partnervrijstelling van de moeder. Een ‘afvullegaat’ in het testament kan ervoor zorgen dat dit wel optimaal gebeurd. Door dit afvullegaat kan de langstlevende partner, de moeder in dit voorbeeld, haar erfdeel ‘op papier’ aanvullen tot er optimaal gebruik wordt gemaakt van de partnervrijstelling. Dit zou in het voorbeeld betekenen dat er uiteindelijk helemaal geen belasting betaald hoeft te worden door het optimaal gebruik te maken van de beschikbare vrijstellingen.

Dividendbelasting wordt niet afgeschaft, 30%-regeling wordt nog niet versoberd.

Dividendbelasting wordt niet afgeschaft

Op 15 oktober 2018 is er een eind gekomen aan de discussie omtrent de dividendbelasting. Er is in de tweede kamer definitief besloten om de dividendbelasting niet af te schaffen. Met het terugdraaien van dit besluit is er ruimte om, in dezelfde categorie als waar de dividendbelasting valt, belastingdruk te verminderen. Deze ruimte zal onder andere worden besteed aan de 30%-regeling voor buitenlandse kenniswerkers. Deze regeling zou met ingang van 2019 worden afgeschaft maar deze afschaffing zal in ieder geval met twee jaar worden uitgesteld.

30%- Regeling

Universiteiten, waar deze regeling veel gebruikt wordt, en andere sectoren waar veel buitenlandse kenniswerkers werkzaam zijn zullen hier veel van profiteren. De 30%-regeling is een maatregel om het fiscaal voordelig te maken om buitenlandse kenniswerkers aan te trekken. Hierbij is het mogelijk om 30% van het salaris belastingvrij uit te keren. Door het terugdraaien van de beslissing om de vennootschapsbelasting af te schaffen maakt de tweede kamer het voor buitenlandse kenniswerkers mogelijk zich voor te bereiden op de versobering van de 30%-regeling.

Versobering 30%-regeling

Veel partijen in de tweede kamer zijn voor het versoberen van de 30%-regeling, enkel de VVD had de versobering niet in haar verkiezingsprogramma opgenomen. Met name linkse partijen vinden de regeling oneerlijk tegen over Nederlandse werknemers, die gewoon over de eerste 30% van hun salaris belasting moeten betalen. Aangezien de afschaffing van de dividendbelasting moest bijdragen aan een positief vestigingsklimaat wil de VVD het vrijgevallen geld ook gebruiken om dit te stimuleren. Dit heeft ervoor gezorgd dat de coalitiepartijen hebben besloten de versobering van de 30%-regeling uit te stellen met twee jaar.